Gewoon een dag als alle andere…

Gewoon een normale dag. Ik word wakker om 5.15 en doe nog even mijn ogen dicht. Om 5.24 schrik ik wakker. Ik pak mijn telefoon en zet mijn wekker uit. Dan loop ik even mijn mailtjes door. De plaatselijke supermarkt heeft de anti-rimpelcreme in de aanbieding. Een of andere goeroe bied me een stappenplan aan om gelukkig te worden en een populair ouder-magazine heeft een top 10 over hoe je je kind het best kan leren doorslapen.

Ik sta op en kleed me aan. Ga naar beneden en pak een glas water terwijl ik de tv aanzet. De eindeloze lijst aan reclames laat me zien hoe ik mooier kan worden met een bepaald merk mascara, dunner met een bepaald merk afval-shakes, en fitter kan worden als ik een abonnement afsluit bij een sportschool. Succes gegarandeerd!

Ik pak mijn spullen en rijd aan naar het station. In de trein vang ik een gesprek op terwijl ik netflix kijk. 2 meisjes, ik schat en jaar of 16, hebben het over een tandenbleek set. Ja echt, zegt het eerste meisje: mijn tanden zijn al 2 tinten witter. Maar hoe lang duurt dat dan, zegt de tweede. Tsja ik gebruik het nu een week of 6, zegt de eerste weer. Ja maar dat festival is al volgende maand, zegt de tweede lichtelijk wanhopig. De eerste kijkt bedenkelijk, maar zegt vervolgens: volgens mij heb je ook een extra sterke kuur! Waarna ze allebei achter haar telefoon duiken, waarschijnlijk om dit heuglijke feit te checken.

Ik begin mijn werkdag en ergens halverwege de ochtend heb ik een gesprek met een klant die boos is. Deze meneer vind dat ik mijn leven maar op orde moet krijgen want als ik dat had gehad had ik hem nu niet teleurgesteld in dit gesprek. Met andere woorden; dan had ik op een directeursstoel gezeten en belangrijkere dingen gedaan. Meneer is boos dus hij mag dit zeggen. Sterker nog, als dit zijn mening is mag hij dit vinden. Het hoort er allemaal bij. Het gesprek zelf kunnen we gelukkig op een goede manier beëindigen. Uiteindelijk kan ik meneer correct te woord staan en is hij toch nog tevreden. Niet slecht voor een (door meneer gebombardeerde) belmiep.

In mijn lunchpauze controleer ik vakantieveilingen nog even. Eens kijken of ze wat leuks voor moederdag hebben. In de lijst staat een fotoshoot met soort van make-over. Je haar wordt “gedaan” en je wordt volledig in de make-up gezet. Daar mag je dan mee op de foto. Bieden start bij 1 euro.

Na mijn werkdag stap ik weer in de trein. Tegenover waar ik zit, zit een jongedame te bellen en tegelijkertijd haar make-up bij te werken. Ik schat haar tussen de 20 en 24, lang donkerblond haar en een leuk zomerjurkje aan. Daaronder van die onmogelijk-om-op-te-lopen maar erg mooie stiletto hakken. Het gesprek is niet te missen want ze praat nogal hard. Ja hoelaat wil je afspreken? 8 uur? Ja dat is goed hoor, dat haal ik wel als ik gelijk doorga. Wat zeg je? Je hebt Mitch ook gevraagd? Lekker dan! Dan ben ik er pas om 9 uur hoor. Ik zie er niet uit en moet me eerst nog omkleden en opmaken. ik stap uit met vele onbeantwoorde vragen.

Als ik thuiskom ben ik moe, bezweet en stoffig van de reis. Mijn zoon komt naar me toe geraced in zijn loopwagentje. Terwijl ik een kus krijg van mij man houd mijn kleine vent mij stevig vast aan mijn been en laat pas los als ik hem een zoen op zijn bolletje geef. we eten gezamenlijk en hebben daarna nog dikke lol terwijl we met zijn blokjes spelen en ik hem een verhaaltje voorlees. Daarna zet ik hem in bad en samen spelen we met zijn badeend en zijn favo speeltje; de douchekop. Ik doe hem na het badje zijn pyjamaatje aan en geef hem zijn avondfles. Zijn bolletje is dicht bij die van mij, hij ruikt zwitsal-fris. Ik niet. Ik ruik naar een lange, warme werkdag inclusief treinreis. Toch pakt hij me vast en geeft me een dikke knuffel. Even houdt hij me stevig vast en voel ik me de gelukkigste mama op de wereld. Dan is het moment over. Jack vind zijn duim en ik leg hem in bedje, geef hem een nachtzoen en wens hem vele fijne dromen toe.

Ik plof neer in mijn stoel en denk na over de dag. Die dag die, zoals altijd, gevuld is met steken onder water. Gevuld met misplaatste zelfverbeter-voorstellen. Gevuld met niet zo subtiele hints dat we onszelf moeten aanpassen. Lees maar eens terug. Mijn dag begon met mailtjes die subtiel aangaven dat mijn huid vooral rimpelvrij moest blijven, mijn leven echt gelukkiger moest worden en mij kind echt moet leren doorslapen. Vervolgens de reclames op tv die me vertellen dat ik mooier, dunner en fitter moet worden. Dan het gesprek in de trein waaruit bleek dat voor een festival je tanden toch echt blacklight-approved wit gebleekt moeten zijn. Daarna bleek dat mijn baan maar gewoon een tijdverdrijf was, want het was geen directeursfunctie en daarom minderwaardig. Dat wordt opgevolgd door een moederdag fotoshoot die vind dat je die foto.’s pas kan maken als je een volledig ander persoon bent, inclusief kapsel en plamuur op je gezicht. De werkdag sluiten we af met de dame die het prima vind haar vriendin te ontmoeten op de manier hoe ze er nu uitziet. Al er echter een ander persoon bijkomt heeft ze ineens een uur (!) nodig om zich om te toveren tot…ja, tot wat? Dat is me nog steeds niet duidelijk.

Nergens in deze hele dag is er een reclame die me verteld dat ik prima ben op de manier zoals ik nu ben. Geen mail die me een 3 stappenplan aanbied om vooral mezelf te blijven. Geen gesprek waaruit blijkt dat ik tevreden kan zijn op de dingen die ik tot nu toe heb bereikt. Het moet altijd beter, meer en groter. Er wordt verwacht dat we onszelf altijd maar verbeteren en vernieuwen. Een nieuwe mijlpaal bereikt? Ja leuk voor je, maar wat wordt de volgende? Oh je bent 5 kilo afgevallen, fijn hoor, maar wat is je einddoel? 10 jarig jubileum op je werk, dat is nogal wat, wordt het niet eens tijd voor wat anders?

Is niemand meer gewoon tevreden met wat ze hebben? Is het een misdaad om NIET mèèr te willen presteren, om content te zijn met wat je bereikt hebt. Om niet meer, beter of groter te willen?

De momenten dat ik thuiskom zijn echte ankers voor mij. Mijn familie laat mij zien dat ik genoeg ben. Ik ben belangrijk, ik doe ertoe, ik ben geliefd. Gewoon op de manier hoe ik ben. Met extra kilo’s. Zonder witgebleekt gebit en directeursfunctie. Met t-shirt waar melkvlekjes op zitten. Zonder volledig geplamuurd gezicht. Met onuitputtelijke voorraad liefde voor de mensen waar ik van houd. Zonder drive om altijd de beste te zijn, altijd de eerste te zijn, altijd bezig te zijn met verbetering. Begrijp me niet verkeerd, er is niets mis met zelfverbetering. Maar dan wel omdat je dat ZELF wilt. Niet omdat je dat opgedrongen wordt door de maatschappij van de wereld waar we in leven.

I matter.
Other people’s opinions matter, but they do not define me.
I define me.
And its ok to make mistakes

Ook online is naast alle haat, valse rolmodellen en onmogelijke standaards ook veel positiviteit te vinden. Ik vind vooral Kristina Kuzmic en Jenna Kutcher erg inspirerend. Ik volg ze op insta voor een fijne dosis relfreflectie en humor. Zeker aan te raden!

De hele reden van dit blog is een eigenlijk dat ik vind dat mensen het volgende vaker zouden moeten zeggen. Zo vaak dat het een standaard wordt. Wat ik zeggen wil is dit: Probeer gewoon eens wat liever voor jezelf te zijn. Er is maar èèn jij. Koester die. Op welke manier ook. Positiviteit kan zoveel doen voor een mens. Probeer het maar eens. Het is gratis, overal verkrijgbaar en nog beter: makkelijk te delen! ken je het gezegde: You reap what you sow? Give it a try, you might like it. hoe dan ook is het een win-win situatie. Hoe kun je daar nee op zeggen?!

Hokjes

De week begint dit keer met een doktersafspraak. De dokter laat, zoals gewoonlijk, op zich wachten. Het gesprek zelf duurt half zo lang als de wachttijd. Het plan is getrokken, tijd voor actie. En dan sta je bij de apotheek. Je gaat medicatie ophalen en je ziet op het recept staat: C.G. een stempel dat ik liever niet zie. Waar ik al jaren tegen strijd. Een stempel waar ik de kriebels van krijg. C.G. Chronisch gebruik.

 

De assisitente zegt nog vriendelijik: ja dat stempeltje is wel zo makkelijk voor de verzekering he. Ze heeft geen idee dat ik nog liever de medicatie zelf betaal, dan met dit stempeltje opgescheept te zitten. Deze ongewenste benoeming, dit “hokje”.

trapped in box 2

 

Laten we teruggaan in de tijd. Ongeveer een jaar geleden was ik 7 maanden zwanger en kreeg ik steeds meer klachten. Mijn trouwe lezers weten dat mijn zwangerschap een niet zo fijne periode voor mij was. Een aaneensluiting van ellende. En daar kwam toen ook rugpijn bij. Lage rugpijn. Enorme rugpijn. Die laatste lootjes waren enorm zwaar. Lopen deed pijn. Staan deed pijn. Zitten deed pijn. Liggen deed pijn. Kortom: ik kon niets doen zonder pijn. Fast foreward naar vandaag. Bijna 10 maanden na de bevalling is deze pijn er nog steeds. Hij is nooit weggegaan. Sterker nog: hij is nooit minder geworden.

 

De huisarts heeft vanaf het begin gezegd: zwangerschaps gerelateerd. Ok. Daar kan ik inkomen, want: alles wordt weker in die periode. Dus fysio. Gespecialiseerde fysio. Gericht op deze klachten. Heeft het geholpen? Nee, maandenlang deed ik oefeningen. Week na week de afspraken bij de fysio die steeds maar 20 minuten duurde en naar mijn mening na verloop van tijd pure tijdsverspilling waren. Mijn oefeningen ben ik blijven doen, de afspraken heb ik stopgezet. Ze deden niets meer voor me. Een paar maanden na de bevalling ging het niet meer. Ik sliep niet meer van de pijn. Alles ging op de automatische piloot. Dus: weer naar de dokter. En wéér werd het gegooid op de oh zo bekende uitspraak: 9 maanden op, 9 maanden af. Ik weet het, ontzwangeren is een echt “ding”. Je lichaam heeft een mensje gecreëerd, gehuisd en gebaard en moet daar van bijkomen. Dus ging ik met pijnstillers naar huis, zodat ik iig weer kon slapen.

met ook een verwijzing voor cesartherapie op zak maakte ik ook daar een afspraak. Ik ben bereid alles te proberen om de pijn tegen te gaan. Deze dame was er binnen 5 minuten al achter wat er “mis” met mij was. Ze liet me wat bewegingen maken die haar constatering (volgens haar) bevestigden. Ik had last van Hypermobiliteit. Ehh…sorry? Juist ja: Hypermobiliteit. Het reumafonds zegt er het volgende over:

 

“Als u hypermobiel bent, zijn uw banden en pezen te soepel. Uw gewrichten krijgen daardoor niet genoeg steun en worden te beweeglijk”

 

Een (mogelijk) erfelijke aandoening, die vrij veel voordoet en vooral bij jongere mensen. Ze legt ook uit dat deze klachten erger kunnen worden in en rondom zwangerschap. Het weker worden van de banden en het extra gewicht zijn daarvoor funest. En daar houd mijn begrip een beetje op. Want dat weker worden van de banden dat klopt. Maar dat stukje over het extra gewicht….dat begrijp ik niet. Ik heb immers driekwart van mijn leven overgewicht gehad. En niet een klein beetje. Op mijn zwaarst was ik 170 kilo en dat heeft jaren geduurd. En al die jaren heb ik nooit soortgelijke klachten gehad. Wel rugpijn, jazeker. Maar nooit op deze manier. Nooit met deze intensiteit. Nooit zo lang en heftig. Dus dan rijst de vraag: waarom niet? Die vraag wierp mijn therapeut ook even van haar geplaveide en (waarschijnlijk) veel bewandelde pad. Een echt antwoord heb ik er niet op gehad. Wel weer een advies: steunzolen en meer oefeningen. En een plaatsing in dat “hokje”. Het hokje van chronisch ziek

 

Die pijnstillers verloren hun werkzaamheid na 2 maanden innemen. Dus weer naar de dokter want, de pijn was er nog. In alle hevigheid en onveranderd. Begrijp me niet verkeerd, er waren ook goede dagen. Maar in een maand tijd waren die op 1 hand te tellen. Dus wederom “om de tafel” met de dokter. En wederom gooide die het op ontzwangeren. Ik heb toen maar aangegeven dat ik de therapie best nog een aantal weken vol wil houden, maar dan moet er wel een stijgende lijn in te zien zijn. Want dat is er, in AL die maanden, niet geweest. De pijn was er altijd. Dikwijls zo erg dat de tranen me in de ogen sprongen bij het omdraaien in bed of het oppakken van de kleine man. Niet het leven dat ik voor ogen had toen ik al die jaren geleden eindelijk voor mezelf koos. Ik was EINDELIJK uit de hele medische mallemolen. Geen medicatie meer, geen ziekenhuisbezoeken, geen vervelende bloedonderzoeken. Alles was klaar. En nu lijkt het erop dat alles weer gaat beginnen. En dat stemt mij uiterst droevig.

 

Ik kan er met mn hoofd niet bij dat je met één zo’n stempeltje een soort van afgeschreven wordt. Ik heb er al eerder over geschreven, maar dit komt overeen met mijn gevoelens bij ADHD. Heb je 2 of meer van de 30 symptomen? Gefeliciteerd, dat is het “officieel”, hier heb je een sticker en veel succes met je leven. Natuurlijk is dat wat kort door de bocht, maar ik vind het vreemd dat er zo snel een conclusie getrokken kan worden zonder gedegen onderzoek of, wellicht belangrijker, zonder een daadwerkelijk aantoonbare uitslag. Dat zit waarschijnlijk gewoon tussen mijn oren, maar ik heb daardoor nogal moeite met het omgaan met deze conclusie/constatering/vaststelling/wilde gok? Het lijkt ook wel of artsen het allemaal wel best vinden. Oh deze conclusie is getrokken? Mooi, dan hoef ik mijn werk verder niet te doen. Hier heb je een pil/drank/pleister, en succes ermee. Neem maar een paracetamolletje als het even niet zo goed gaat. Als je dan vervolgens, volledig terecht, vraagt: en als dit niet werkt? Wordt je met een glazige blik aangekeken alsof je zojuist de meest vreemde vraag gesteld hebt.

 

Het antwoord op die vraag is helaas ook niet heel fijn. De pijnpoli. Oftewel: leren omgaan met de pijn evt in combinatie met bestrijding van de symptomen. Dus geen oplossing, maar meer een pleister op de wond. Een wond die eigenlijk gehecht zou moeten worden. En een vooruitzicht op een leven met pijn. Echt dingen om blij van te worden. De insteek van mijn operatie, dat ik niet zo’n moeder wil worden die alleen maar op een bankje zit, wordt hierdoor wel een stuk reëler. En ook dat is om verdrietig van te worden.

bandaid person

Voor nu gaan we gewoon weer door. Door met therapie. Door met oefeningen. Door met (nog zwaardere) medicatie. Maar ook door met genieten van de kleine man. Lekker samen wandelen (de enige “sport” die ik nog kan beoefenen) genieten van zijn blije gezichtje als ik thuiskom. Genieten van de mooie momentjes als gezinnetje. Dat sterkt me voor de komende periode. Die kleine man is de reden dat ik niet bij de pakken neer ga zitten. Ik kan niet wachten tot hij gaat kruipen, en gaat lopen. Mama overal mee naartoe slepen. Alles samen bekijken en samen leuke dingen doen. Wat er ook gebeurd. Wat er nog komen mag. Niemand of niets dat me tegenhoud!

mother and child walking

KerstMIS!

 

Iedereen die mij kent, weet dat ik er verslaafd aan ben. Ik denk er elke dag aan. Ik kijk ernaar uit. Ik droom ervan. Ik draag het uit. Ik eet het, drink het, adem het. Wat die verslaving is? Juist ja, kerstmis!

this girl banner

Vorig jaar om deze tijd zat ik in niet zo’n vrolijke periode. Ik was zwanger en zoals jullie eerder konden lezen (link) was het geen makkelijke zwangerschap. De kerst kwam eraan en ik kon niets, ik mocht niets, en ik voelde me waardeloos. Ineens zag ik alle lichtjes niet meer zoals ik ze altijd had gezien. Het versieren van het huis deed me steunen van vermoeidheid en het vooruitzicht van het optuigen van de kerstboom deed me spontaan in huilen uitbarsten. Het was de eerste (en hopelijk de enige) kerst waarbij ik me ellendig voelde.

Dit jaar is dat anders. Afgezien van mijn rug die nog steeds in puin ligt (thank god voor pijnstillers) en die extra kilo’s die (zoals bij zovelen) een doorn in het oog zijn, voel ik me goed. We zijn gezegend met een enorm blij mannetje dat mijn dag elke dag een stukje beter maakt, en hij groeit als kool, eet als een uitgehongerde veelvraat en babbelt,pruttelt en bromt ons de oren van het hoofd. Daarnaast heb ik een leuke baan, met nog leukere collega’s. geweldige vrienden waar ik op terug kan vallen en een man die zijn stinkende best doet om mij en onze kleine vent tevreden te houden.

En dan komt ineens de kerst eraan en neemt de controle freak in mij het over. Voorheen was het zo dat ik 1 december een boom in me huis had staan. De versiering hing er dan ook al. het menu was al bedacht en de boodschappenlijst al gemaakt. Ook de cadeautjes waren al voor de helft in huis en er waren toch al minimaal 3 kerstfilms gekeken. En dan wordt je moeder. En heb je ineens een baby. Een baby die helemaal niet onder de indruk is van jouw plan-woede, en evenmin van al jouw lijstjes. Daar sta je dan met je papiertjes, plannetjes en voornemens…

Er was zoveel dat ik wou doen. De kerstboom optuigen terwijl de kerstmuziek knalde. De ramen versieren met sneeuw, lichtjes en leuke plaatjes. Het huis leuk inrichten met kerstfrutsels en prullaria. Naar kerstmarkten en koopavonden. Hopen met kleine cadeautjes kopen en dan thuis individueel inpakken zodat het onder de kerstboom vol lag met pakjes. Een avondje plannen vol kerstfilms en lekkere hapjes. Elke avond kaarsjes branden, en de kraskalender krassen. Ik had het tot in de puntjes gepland. Met een lijstje ook. Een echt lijstje met een stappenplan. Gemarkeerde punten enzo. Helemaal klaar voor alles en overtuigd dat ik dat lijstje wel eens even zou “ownen”. Tot het echte leven mij op mijn schouder tikte, me aankeek, en toen heel hard zei: HAHA, GRAPJE!

Die kerstboom staat er hoor. Net 3 dagen ofzo. En hij is er in fases neergezet. Bij aankoop helemaal in mn nopjes. Totdat hij binnen stond. In al zijn glorie zonder poespas. En Jack dus keihard begon te huilen elke keer als hij dat ding zag. Echt helemaal overstuur was hij ervan. Paniekmomentje bij mij natuurlijk want ik zag de kerst al helemaal kerstboomloos worden… gelukkig kwam Jack bij van de schrik en staat hij (sinds 3 dagen dus) in volle glorie, met lichtjes, slingers, frutsels en ballen (ja ik hou van bonte carnaval in mn boom) te stralen in de woonkamer. De kerstmuziek heeft hier en daar al wel zn momenten gehad hoor, dankzij Deezer vooral tijdens het afwassen en de was opvouwen. Op bescheiden volume als de kleine man ligt te slapen, iets harder als hij wakker is. Kan mama lekker meebleren en hij mama uitlachen. De ramen zijn voorzien van stickers. 3 om precies te zijn. En een streng lichtjes. Heel eerlijk…ik werk bijna elke dag en als ik na een werkdag om 18.30 binnen kom vallen wil ik nog maar 1 ding, of eigenlijk 2. Knuffelen met mijn 2 mannen. Dan eten koken, eten, afwassen en dan wil ik graag nog ff niks doen voor ik weer naar bed kan en het de volgende dag weer net zo is. Het weekeind is net zoiets. Vaak heb je die al volstaan met allerlei afspraken, allerlei dingen die je nog moet doen, en mensen die je nog moet zien. Als je dan zondagavond op de bank zit denk je bij jezelf…waar is dat weekeind nou gebleven?

Al met al heb ik in deze 8 maanden (ja echt, zo snel gaat het dus) 1 ding overduidelijk geleerd: een plan maken is prima, maar zorg ervoor dat je je flexibel opstelt, want met een kleine is niks rechttoe-rechtaan. Er is geen van A naar B (tenzij je via c, p en x gaat) Het is best wel een openbaring voor een controlefreak als ik. Ik heb niet alles in de hand. Soms gaat er wat mis. En dat is ok. Dan sta je even stil en zoek je een andere oplossing. Dus dan kun je niet alle items van je lijstje vinken. Dikke pech maar geen ramp. Zolang we allemaal gezond, blij en bij elkaar zijn, is de kerst toch al geslaagd. En daar verandert het (wel of niet) plaatsen van een kerstdorp met lichtjes niets aan. Al is het natuurlijk wel supergezellig!

Fijne feestdagen beste mensen, maak er een mooie tijd van met al je geliefden en geniet van elkaar!

Merry xmas to u and yours

 

Ps: voor degene die het zich afvragen, ja, die kerstkaarten komen nog. Ik had zo’n leuk idee! En toen kwam ik in tijdnood en het idee lukte niet en…nou ja…het stond ergens op dat lijstje. Maar dat lijstje heeft Jack opgegeten dus ja….*mompel mompel* prioriteiten ofzo….

Vriendjes maken

Het heeft even geduurd, maar daar ben ik weer. Moeder worden is een errrrg tijdrovende bezigheid. Een tijdje geleden had ik al wat onderwerpen bedacht, maar tot op heden nog geen tijd voor gehad ze uit te werken. Met de kleine man gaat het inmiddels hartstikke goed dus heb ik een beetje extra tijd om weer in de pen te klimmen. Bij deze deel ik met jullie iets waar ik me over verwonder. Iets wat lastiger wordt naarmate je leeftijd oploopt. Ben je benieuwd? Lees dan vooral verder…

Weet je nog vroeger? Dan ging je naar school. Helemaal nerveus omdat je niemand kende. Daar stond je dan, op het schoolplein. Onbekend en omringd door (meestal) vreemde kinderen. En dan opeens, op aan magisch aangrenzende wijze, had je ineens een vriendinnetje. Of meerdere. Of zelfs een vriendje! Dat herhaalde zich als je naar de “grote school” ging, en wederom als je verder ging studeren. Vrienden maken was een soort van automatisme. Het verliep soepeltjes en zonder al te veel moeite.

Als je ouder wordt dunt je vriendengroepje uit. Je leert je echte vrienden kennen, en contact verwaterd met degene die geen echte vrienden blijken te zijn. Je leid je leven, samen met de vrienden die je kiest. Vorig jaar zijn wij verhuisd en toen ik zwanger was miste ik echt een vriendin in de buurt (om de spreekwoordelijke hoek) iemand waar je ff snel een bakkie kan doen zonder dat je daarvoor in de auto hoeft te stappen. Maar ja…als volwassene stap je niet zomaar op iemand af. Stel je voor dat een wildvreemde tegen je zegt: wil je bij me komen spelen? Awkwardness ensured! En die kop koffie waarvoor je iemand uitnodigt, ook die kun je mooi weer opbergen. Als volwassene zeg je wel vaker dingen die als vanzelfsprekend worden aangenomen. Van die sociaal geaccepteerde dingen als: hoe gaat het ermee? (vaak gevraagd uit automatisme maar er zijn maar weinig mensen die daar een echt antwoord op willen) en dus de uitspraak: kom maar gauw een bakkie doen. Wordt vaak gezegd, maar bijna nooit uitgevoerd.making friends meme

Maar waarom eigenlijk niet? Is het als volwassene dan zo lastig om nieuwe vrienden te maken? Als kind sta je nog open voor allerlei dingen, ben je als volwassene dan zo gesloten? In deze maatschappij vol “sociale” media, is het echte sociale leven ver te zoeken. We leven meer online dan in de echte wereld en daardoor wordt sociale interactie veel minder. Simpel gezegd: sociale media maakt ons asociaal. Natuurlijk is het nooit zo simpel. Het is niet allemaal zwart wit. Er zijn veel voordelen die gepaard gaan met ons online leven. Contacten maken is super simpel. Je vind iedereen online. Je maakt makkelijker connecties. De keerzijde daarvan is dan wel: binnen no-time heb je 600 vrienden. Mensen die je niet echt kent en buiten sociale media om niet ziet. Alles wat je post wordt gedeeld en je ontvangt de ene like na de ander. Maar is het wel “echt”? hoeveel van deze vrienden kun je bellen voor een ritje naar huis als je ergens gestrand bent? Hoeveel van deze vrienden zou jij op je hond laten passen? Hoeveel van deze vrienden kun jij spreken over dingen die er ECHT toe doen?

Want dat is de vriendschap waar ik over spreek. Vriendschap waarin beide partijen gerespecteerd worden. Mensen die weten wanneer jij je hart gewoon even moet luchten. Mensen die er voor je zijn als je advies nodig hebt. Mensen die jij in het midden van de nacht kan bellen als er iets ernstigs gebeurd is. Mensen waaraan jij je leven zou toevertrouwen. Echte vrienden. Vrienden die eigenlijk geen vrienden meer zijn. Ze zijn familie!

Zo’n band wordt natuurlijk niet over een nacht ijs gecreëerd. Dat heeft even nodig. En van dat soort mensen heb je ook geen 600 nodig. Ik kan die van mij op 1 hand tellen. En dat is prima. Soms is het echter wel fijn om iemand in de buurt te hebben waar je lekker mee kan kletsen. Een bakkie doen en leuteren over onbelangrijke zaken. Samen wandelen of creatieve dingen doen. Allemaal dingen die je man nog niet zou doen al zou je hem onder schot houden. Maar blijkbaar is dat dus niet zo makkelijk. Ik ga gewoon vrolijk door met proberen. Misschien maar eens tijd voor een Tinder voor vrienden?Gerelateerde afbeelding Hoe zouden jullie het aanpakken?

Afbeeldingsresultaat voor how do you make friends?

Man v.s. Vrouw: het huishouden

Mannen en vrouwen. Mars en Venus. Yin en Yang. Het sterke en het zwakke geslacht. Hoofd en hart, zwart en wit  etc…etc…etc…

Het is een soort van epische strijd. De ultieme tegenstrijdigheid. Er zijn talloze overeenkomsten, maar evenzoveel (zo niet meer) contradicties. Ik heb het altijd al gezegd, en ik blijf erbij: mannen komen van een andere planeet!

Het verschil tussen man en vrouw. Afgezien van de logische (en onbetwiste) verschillen, wil ik het vooral hebben over het verschil in denkwijze. Waarom doen mannen de dingen die ze doen. En waarom doen ze dat juist op die manier? Hoeveel verschilt hun denkwijze met die van vrouwen, en waarom dan? Vragen die zeker interessant zijn, maar ook moeilijk te beantwoorden. Laat ik dan ook als disclaimer aangeven dat de meningen die hier geuit worden niet op ieder mens slaan. Het is mijn kijk op bepaalde dingen, en soms moet je deze met een korreltje zout nemen. Het moet immers wel leuk blijven he!

Simpele dingen. Wij vrouwen doen dat soort dingen als vanzelf. Neem nou het huishouden. Was gaat in de wasmand. Als er een bordje gebruikt is gaat dat schoon de kast in (vrij direct en niet pas na 2 dagen) gebruikte voorwerpen worden teruggelegt waar ze vandaan komen en een leeg wc rolletje wordt omgewisseld voor een volle toiletrol. Simpele dingen. 2 minuten werk. Een kind kan de was doen. Zou je denken…

Helaas is niks minder waar. Vuile kleding ligt dagen op de plek waar het viel toen het uitgetrokken werd. Vuile vaat stapelt zich op, gebruiksvoorwerpen liggen of OVERAL of zijn zoekgeraakt, en die lege wc rol blijft hangen tot sint juttemis (dat is die dag dat pasen en pinksteren op een dag vallen) de volle toiletrol wordt gewoon op de wasbak gezet. 

begrijp me niet verkeerd, het gebeurd wel hoor. Maar vrijwel nooit uit zichzelf, Of ik moet er 100x om vragen of ik doe het zelf. En omdat ik een HEKEL heb aan mezelf te moeten herhalen, is het meestal die tweede optie. Boodschappen doen is nog zoiets. Al 100 jaar samen en dan nog niet weten welk merk crackers er gehaald moeten worden. Maar de energiedrank en worstenbroodjes worden gek genoeg nooit vergeten…

Het zijn misschien geen grote dingen, maar ze irriteren me enorm! Op den duur voel je je meer schoonmaakster, wasvrouw en juf dan iemands vrouw. Het antwoord: ik was het vergeten wordt te pas en te onpas gebruikt en heeft al zijn waarde verloren. Irritatie bouwt op, hints worden gegeven, hints worden genegeerd, en uiteindelijk barst dan de bom. Nou zul je denken: Jemig het zijn toch maar kleine dingen? JA! Dat zijn het inderdaad. Maar stel je eens voor dat jij fulltime werkt. Je na je werk ervoor zorgt dat iedereen te eten heeft en daarna ook nog een al die “kleine dingen” moet doen. Je houd geen tijd over voor quality time met je kleintje of je man. Of om wat tijd aan jezelf te besteden. 36 uur werken, en dan in je weekeind bezig zijn het hele huishouden op orde te houden. Ervoor te zorgen dat de was weer schoon in de kast komt, dat je huiskamer en de rest van je huis schoon is en dat er voldoende eten en drinken in huis is. En als je daarme klaar bent mag je lekker weer aan je nieuwe werkweek beginnen. Joepie! Als deze dingen echt zo klein zijn, waarom is het dan zo moeilijk om deze dingen niet gewoon te doen op het moment dat het zich aanbied? Die afwas is stukken kleiner als hij elke dag na het avondeten gedaan wordt. En als er doordeweeks even een wasje gedraaid wordt sta ik niet de hele zaterdag en de halve zondag was te wassen, ophangen, vouwen en weg te werken. Kleine moeite, groot effect. Tot op heden lijkt dat nog een fata morgana, en zit ik elk weekeind weer tussen hopen schone was onderbroeken te vouwen, als een soort van hedendaagse assepoester. 

Ik denk dat prioriteiten anders zijn als je een man bent. Wat die prioriteiten dan zijn? Geen idee… Voor mij zijn ze simpel: zorgen voor Jack, zorgen voor manlief en de hondjes. De rekeningen betalen, het huis op orde houden. In die volgorde en met vele tussen-prioriteiten. Omdat ik nog steeds een zwangerschapsbrein heb schrijf ik alles op. Vergeten is namelijk geen optie. Als ik iets vergeet is dat gelijk het einde van de wereld (lichtelijk genuanceerd) ik probeer dan ook altijd alles in goeder banen te lijden (ja lijden, ipv leiden je leest het goed) en hoop dan maar dat dat gewaardeerd wordt. De structuur geeft me rust (ik ben helemaaaal geen controle-freak) en ik ben in mn nopjes dat mn lijstje weer afgevinkt is. Soms zou het echter fijn zijn als iemand anders die vinkjes zou zetten

Lijkt het nu of mijn man helemaal niks doet? Dat is niet waar hoor. Hij is thuisblijfpapa en zorgt voor onze kleine man als ik de  centen binnenhark. En dat doet hij goed. Onze Jack groeit goed, eet goed, ontwikkeld zich prima en is een blije baby. Punt. Daarnaast doet hij zijn eigen werk vanuit thuis. We werken dus allebei. Is het dan raar om er vanuit te gaan dat de huishoudelijke taken gedeeld worden? Of blijft dat tot in de eeuwigheid gezien als de taak van de vrouw? Is de vrouw in een huwelijk gedoemd voor eeuwig het huishouden te doen omdat dit in prioriteit hoger staat als bij de man? of zou ik de proef op de som moeten nemen en gewoon de boel de boel laten? Kijken of die prioriteiten ineens wisselen?

Ach wie houd ik voor de gek, dat gaat waarschijnlijk nooit gebeuren. Ik hou van een opgeruimd huis. Een schone keuken en de juiste boodschappen. heeft iets met controle te maken ofzo…natuurlijk staat er wel eens afwas van 2 dagen. Of zit elke spijkerbroek die ik heb in de was. Soms….oh de schaamte…loop ik wel eens 2 dagen met hetzelfde paar sokken rond. Ach ja beste mensen, ook een controle freak zoals ik blijft maar mens. En elk mens heeft zn grens. Elk mens heeft zn rust nodig. En dit mens heeft na een enorm moeilijke periode van pfeiffer-moeilijke zwangerschap-traumatische bevalling-en enorm zware eerste 2 maanden zn grens wel bereikt. Fulltime werken is gigantisch zwaar na deze periode en al helemaal met de nieuwe taken en routine. Ik neem een stapje terug zodat ik kan blijven doen wat ik moet doen (en wil doen) en dat doe ik door rust te nemen. Een dag voor mezelf. Boekje lezen. Wandelen. Netflixen. Slapen. Mijn lichaam de rust gunnen die het zo nodig heeft. Deze ene dag blijft de boel de boel, en zie ik het allemaal wel weer als de volgende dag begint.  

Terwijl ik dit typ besef ik ineens: Ik heb niet al te lange tijd geleden een nieuw manspersoon op de wereld gezet. En voor dit kleine mensje ben ik op dit moment alles in 1. Mama, knuffelaarster, voorlezer en liedjesinger. Maar ook schoonmaakster, billenpoetster, chef, wasvrouw en juf. Vreemd dat dat me dan weer helemaal niet irriteert. Voor deze kleine man doe ik het graag. Alleen hoop ik natuurlijk wel dat met de tijd (en goede opvoeding) deze taken langzaamaan uit mijn takenpakket zullen gaan. Natuurlijk niet alle taken. Ben je mal! Hoe oud ik ook wordt;  knuffelaar, voorlezer,  en liedjeszinger zal ik altijd graag blijven doen. En mama. Tot in het einde der tijden. Tot aan mijn laatste zucht. Tot de dag dat ik er niet meer zal zijn. En tot daarna. Mama zal ik altijd blijven. En graag ook!

Het echte leven 2.0

Het is vrijdagavond. DE avond bij uitstek voor feestjes en partijen, avondjes uit, daten en uit eten. Even bijkomen van de week.  Tijd voor leuke dingen, spontane acties en interactie met andere mensen. Vrijdagavond is het specifieke dagdeel waar je de hele week naar uitkijkt. Naartoe leeft zelfs. En dan is hij eindelijk daar. Vrijdagavond. GAAN MET DIE BANAAN!

Het is vrijdagavond. Half 9 ’s avonds. HET tijdstip voor alle bovengenoemde activiteiten. In mijn hoofd klinkt het als een enorm leuk plan. Mijn lijf ligt echter uitgeblust op bed en zegt: bekijk het maar! Het is vrijdagavond…En ik ben kapotmoe!

Deze week begon het “gewone” leven weer. Mijn verlof was ten einde en ik moest weer aan de bak. En dan ook weer flink aan de bak. Gelijk 36 uur, hoppaaaaa! Onze kleine man blijft bij papa (die van huis uit werkt) en mama mag als kostwinnaar weer elke dag op en neer. Een paar dagen voor ik begon sloeg de twijfel toe want, mijn kleine vent moet het dadelijk dus eigenlijk meer dan een halve week zonder mij doen. Ik ben dagelijks bijna 12 uur van huis weg en hij zal zijn mama dus best lang moeten missen. Wat als hij mij vergeet? Wordt ik dan die dame die “zondags het vlees komt snijden”?

Als vrouw met een kinderwens heb je een bepaald idee bij het moederschap. Ik dacht altijd dat ik, net als mijn mamaatje, huismoeder zou worden. De man zorgt voor de inkomsten, en ik zorg voor de kids en het huishouden. Zéér 80’s, ik weet het, maar dat is hoe ik het voor me zag. Mijn kids opvoeden op mijn manier. Geen moeder die nooit tijd heeft voor spelletjes, knuffels en voorlezen. Maar een moeder waar je op kan rekenen. Altijd en overal. Helaas leven wij in 2017 en is dat idee een soort van utopie geworden. Onbereikbaar en ondenkbaar. Of liever gezegd: onbetaalbaar en onverenigbaar met de huidige economische maatschappij. Natuurlijk is dat kort door de bocht, want het is niet voor iedereen onhaalbaar. Maar als “jan modaal” die toch nog een soort van leuk leventje wil hebben geld dit (naar mijn mening) wel. Een leuk leventje kost geld, en met 1 inkomen is dat bijna niet haalbaar (wederom genuanceerd) er moet brood op de plank, dus zorgt mama daarvoor. Omdat mama goed voor haar kleine man wil zorgen. Ik wil niet dat hij wat tekort komt. En omdat ik niet met een “forbes 500” getrouwd ben, moet ik daar zelf voor zorgen. En dan ga je inleveren. In dit geval tijd. Tijd samen met mijn zoon. Ik werk fulltime om mijn kind alles te kunnen bieden, en daardoor moet ik die tijd inleveren. En ik heb het er moeilijk mee. Erg moeilijk.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben enorm blij dat ik weer bij mijn werkgever aan de slag kon. Ik ben daar op mijn plekje. Deze baan is voor mij gemaakt en mijn collegae zijn the best! Het werk is veelzijdig en onze klanten maken elke dag weer leuk. Het zijn echter ook lange dagen. Ik ga om 6.30 van huis weg en ben pas rond 18.15 weer thuis. Dan kook je eten, eet je het op, doe je de afwas. Geef je de kleine man zijn fles, knuffel je een half uurtje ( als hij dat volhoud) en vervolgens kun je zelf ook alweer naar bed. Alles (behalve de tijd met Jack) gaat nu dan ook op de automatische piloot. Mijn eerste werkweek is nu voorbij en de combinatie van werk, huishoudelijke taken, de korte tijd met jack en de leessessie in de studio en ik heb het idee dat deze week, 3 maanden geduurd heeft. 

Daarnaast lijkt het ook of Jack ineens besloten heeft om in sneltreinvaart allerlei nieuwe dingen te leren. Ineens heeft hij allerlei expressies, kan hij kraaien en brabbelen, heeft hij zijn handjes gevonden en imiteert hij van alles. Ik heb het idee ’s ochtends weg te gaan bij een brabbelende baby en ’s avonds thuis te komen bij een pratende peuter. Elke ochtend als ik wegga zeg ik hem dan ook: lief zijn voor papa, lekker slapen en alsjeblieft niet te snel opgroeien! Ik mag er allicht op hopen toch?

Toen (wat lijkt op) 100 jaar geleden mijn wekker ging om op te staan waren mijn grootste zorgen: rijd de trein wel en hoe is het weer? Nu als mijn wekker gaat zijn mijn zorgen iets anders. Is de kleine al wakker? Snel aankleden.  De kleine wakker maken (beste moment van de dag want hij is ALTIJD blij me te zien) Luier verschonen en naar beneden. Heb ik zijn slab wel meegenomen? En waar is zijn broek? Shit…ik heb mn haar niet gekamd, en de deo staat ook nog boven. Een fles maken en geven, tussentijds crackers smeren en mn lunch in de tas mikken. Samen “ontbijten” en daarna een boertje doen (dat doen we niet in duo)  had ik mijn tanden al gepoetst? En poep…is dat melkspuug op mn vest? Een laatste blik in de spiegel…ehhm tja….fuck it, ik ben een moeder in opleiding en Jack zijn looks zijn op dit moment belangrijker dan die van mij. Zolang mn kleding een beetje degelijk is, mijn haar er niet uitziet of ik zojuist door een berg afval heb liggen rollen en ik geen spuug en/of kwijl op al te zichtbare plaatsen heb, moet het er maar mee door kunnen. I am a new mom and proud of it!

En dan komt het moment van afscheid. Wat deze week elke dag nog hetzelfde is geweest. Ik zeg de kleine man gedag (met de hele bovengenoemde mantra) doe de deur dicht en loop naar het perron. De auto rijd weg en in mijn lijf voel ik mijn moederhart een klein beetje sterven. Ik ga vervolgens tot de trein komt foto’s van Jack zitten bekijken en ga daar mee door terwijl ik in de trein zit. Net op het punt dat ik de tranen bijna niet meer tegen kan houden stop ik daarmee. Dit ritueel komt gedurende de dag nog een keer of 3 a 4 terug. Als de werkdag voorbij is zit ik in de trein terug reikhalzen uit te kijken naar mijn halte. Als we thuis zijn (of als de kleine man eindelijk wakker wordt) kan ik hem dan weer begroetten. Hij doet hetzelfde en met zijn immens warme en grote kraaiende glimlach heelt hij het afgestorven stukje hart wat die ochtend de geest gaf. Wij zijn weer samen en alles is goed in de wereld. Love heals all wounds…

Al met al ben ik blij dat ik weer kán werken, maar heb ik het tegelijkertijd zwaar met het feit dat ik móet werken. Het is nooit goed he… het is waarschijnlijk een kwestie van wennen. We zullen het wel zien. Al zal ik denk ik nooit wennen aan het weg zijn bij Jack. Het voelt onnatuurlijk en fout. Wie weet win ik ooit nog eens de jackpot, en hoeven we ons om financiën nooit meer zorgen te maken. Tot die tijd blijf ik met beide benen op de grond als kostwinnaar, maar altijd met HEEL mijn hart bij Jack als mama. Voor altijd. En overal. 

De illusies van het ouderschap

​Vanuit het woordenboek: “Een illusie is een schijnbare werkelijkheid of een onjuist idee van de werkelijkheid. Het beeld dat iemand van de werkelijkheid heeft is gebaseerd op diens waarnemingen via de zintuigen en verwerking van deze signalen in de hersenen. …”

Nu onze kleine man 2 maanden oud is , weet ik het zeker. Het ouderschap bestaat uit vele illusies. Of liever gezegd: het beeld wat je van het ouderschap hebt vòòr je deze taak beoefent is vaak opgebouwd uit vele illusies. Misschien klinkt dat wat cru, maar wat ik ermee bedoel is dat we allemaal een soort van ideaalbeeld hebben over hoe het ouderschap moet (of behoort)  te zijn. Als voorbeeld: je geeft je kind zo lang mogelijk borstvoeding. Je zal je kind niet om elk huiltje oppakken, je zult alleen in het uiterste geval medicijnen toedienen, en je zult je kind never nooit zomaar bij een oppas droppen. En dan ben je opeens ouder. Je bent verantwoordelijk voor dat kleine hummeltje wat 9 maanden in je gegroeid heeft. En dan blijkt al heel snel dat je ideaalbeeld, helemaal niet zo ideaal is.

Op 22 april werd onze kleine Jacky geboren. Lang verhaal kort, het bleek al snel een pittig kereltje te zijn. Hij is nu 2 maanden en we hebben al een hoop meegemaakt. De eerste illusie waar ik achter kwam was de borstvoeding. Ik heb welgeteld 2 dagen borstvoeding gegeven. Die 2 dagen waren ellendig. Ik gaf borstvoeding omdat dat “het beste”  was. Je gunt je kind het beste dus doe je dat. Nou bleek Jack ook piranha-DNA te hebben dus prettig was het vanaf het begin al niet. Het aanhappen en drinken was enorm pijnlijk, en met kolven bleek er gewoon geen productie te zijn. Ik voelde me na de hele drama-zwangerschap meer een broedmachine dan een moeder en de borstvoeding versterkte dat beeld. Ik zag op tegen het voeden. Raakte steeds meer overstuur. Voelde me gewoon enorm kut. Het voelde voor mij bijna onnatuurlijk om borstvoeding te geven. Het voelde niet goed. Gezien mijn psychische gesteldheid na de zwangerschap en bevalling was het beter om over te gaan op kunstvoeding. Ik heb me nog wel even schuldig gevoeld daarover, maar toch was het de beste keus. Ideaalbeeld aangepast….en door!

Illusie nummer 2: omgaan met huilen. Ik hoor het ons nog zeggen: nou we gaan hem echt niet om elke poep en scheet oppakken hoor. Hij moet leren dat hij niet om alles huilen kan. Uhu….suuuuure! En dan blijkt dus dat je kindje “bovengemiddeld” veel huilt. En ook hard huilt. En hysterisch. En vooral lang. Als jij een pasgeboren kindje hoort huilen, is jouw eerste moederinstinct om het op te pakken en te troosten. Dat gaat automatisch en is heel moeilijk om NIET op te reageren. Daarbij zeg je niet tegen een kind van 3 weken: ja nu is het klaar, ik heb nu genoeg gejank gehoord. Ee baby heeft geen andere communicatiemogelijkheid dan huilen. Je kunt dus alleen maar het lijstje afgaan en hopen dat je iets vind wat het huilen ten grondslag ligt. En aangezien papa niet zoveel geduld heeft als mama, is mama vaak de spreekwoordelijke pisang. Liggend met je kindje op de borst, net zo hard huilend als hem, je afvragend wat je toch verkeerd doet, besef je je (op langere termijn) wel dat die mooie insteek van: hij moet het maar leren, echt véél later pas toegepast kan worden. En als je kindje zoveel huilt, dat je maag al in de knoop raakt als je dat eerste luchtalarm hoort, dan ben je er rap bij met troosten hoor! Al proberen we nu wel regelmatig om hem wat langer te laten huilen als hij moet gaan slapen. Maar 10 minuten voelen dan al als een eeuwigheid. En mijn moederhart breekt in duizend stukken als ik dat zo hoor. Maar hopelijk hebben we daar in de toekomst toch profijt van.

Deze week heeft meneer ook zijn eerste enting gehad. De arts zei nog iets over het toedienen van patacetamol als dat nodig was. Maar nee hoor: “dat doen wij niet”. Tijdens het prikken moest ik langer huilen dan Jack. Maar toen we thuiskwamen barstte de hel los. Van 9 tot 13 heeft hij gehuild, nee…gekrijsd! Zo hard dat hij ademnood kreeg. Zijn hoofdje had de kleur van een overrijpe tomaat gekruist met een aubergine. Dikke tranen en enorm slaan met zn armpjes. Ook had hij verhoging. Ik was de wanhoop nabij en heb manlief weggestuurd. Naar de apotheek. Voor paracetamol. Gelukkig heeft onze kleine man daarna wel wat rust gekregen. Geen slaap, maar rust. En wij? Wij waren weer een illusie minder…

Na 6 weken gevuld met vieze luiers, opgespuugde melk, bergen was, een verwaarloosd huishouden, geen slaap en vooral veel huilen merk je dat je de grens toch eigenlijk wel lichtelijk bereikt ofwel gepasseerd bent. Als je, na de zoveelste huilbui, met oordopjes in op de wc zit en denkt: dit is echt even een momentje voor mezelf. En je je direct beseft hoe bezopen die gedachte is. Als je, wederom, door je eigen huis sluipt als een inbreker om maar geen geluid te maken zodat de kleine wakker wordt (weer zoiets waarvan we nooit zeiden dat we zouden doen) Als het hoogtepunt van de dag de dagelijkse boodschappen doen zijn, omdat je dan even het huis ontvluchten kan….Dan weet je dat het te ver gaat. Als je huwelijk aanvoelt als een soort van estafette (wie neemt  “het stokje” nu weer over) en je elkaar alleen “in passeren” ziet en langs elkaar af gaat leven, weet je dat de stop erop moet. Dus toen ik de mogelijkheid kreeg om een avondje gratis baar de bios te gaan, heb ik dat met beide handen aangegrepen. We hebben Jack een paar uurtjes bij mijn zus gelaten. Ik vond het moeilijk en hen elke 10min mn telefpon gechecked, maar het was ook prettig om weer even “uit” te zijn. We Hebben saampjes gegeten en een filmpje gekeken. Klinkt allemaal heel simpel, maar die paar uurtjes waren héérlijk. Even geen vieze luiers, denken aan wanneer de volgende fles moet of waar de spuugdoekjes gebleven zijn. Gewoon even samenzijn. Tijd aan elkaar besteden. Elkaar opnieuw vinden. En dan zijn die paar uurtjes eigenlijk te kort.

Dit alles klinkt misschien allemaal wat hard. Maar vergeet niet dat ik die roze wolk nooit gehad heb. Niet in mijn zwangerschap en al helemaal niet tijdens (of na) mijn bevalling. Het is een intense periode geweest waarin mijn grenzen steeds weer opgezocht werden. En overschreden werden. Fysiek was het enorm zwaar, psychisch nog veel erger. En dat moet allemaal verwerkt worden. Ik ben daardoor misschien wel wat meer cynisch geworden. Een karaktertrek die ik van mezelf niet herken en eigenlijk ook niet hebben wil. Maar helaas is hij er wel ingeslopen. Mettertijd hoop ik dat cynnische monster te kunnen verslaan. 

Gelukkig heb ik mijn kleine mannetje daarvoor. Want ondanks de huilbuien, zure melk, poepluiers en snot wat in mijn gezicht geniest wordt ben ik enorm trots op onze Jacky. Hij groeit als kool en doet het verder ook enorm goed. Hij huilt misschien bovengemiddeld, maar is zeker geen huilbaby! Als hij lacht smelt je hart en de tevreden uitdrukking op zijn gezicht als hij bij mama in de draagzak mag is onbetaalbaar. Nog steeds ga ik s ’nachts stiekem kijken of alles nog goed gaat. En ondanks het chronische slaaptekort zijn de nachtelijke voedingen toch ook heel speciaal. Hij is dan altijd heel alert en kijkt me dan heel verwonderd aan voor hij wegdommelt.

 Ik hou van mijn zoon. Onvoorwaardelijk en zonder uitzondering. Dat betekend echter niet dat wij als ouders geen hulp in mogen roepen.  Of geen tijd voor onszelf mogen maken. Want als wij niet voor onszelf zorgen: wie zorgt er dan voor Jack? Ik denk dat het ideaalbeeld van het ouderschap veel te hoog ingezet wordt. Dat is niet vreemd. Je wilt immers het beste voor je kleintje. En als het daarop aankomt is ineens IEDEREEN een expert. Ongevraagde (maar goedbedoelde) adviezen vliegen je om de oren. Je ziet door de bomen het bos niet meer. Ik heb in deze 2 maanden geleerd veel op mijn intuïtie af te gaan.  Doen wat goed voelt. En dat lijkt tot nu toe prima te werken, dus gaan we daarmee door. 

Over een paar weekjes stopt mijn verlof en mag ik weer gaan werken. Ook weer een spannende periode. Hoe het zal gaan lopen weet ik nog niet. Maar zolang we blijven communiceren, en hulp in kunnen roepen van de mensen die ons na staan denk ik dat we er wel komen. Oh en vergeet vooral de knuffels niet. De kusjes en de lachjes. De mijlpalen en de liefde. Want is dat niet de reden dat we dit allemaal doen, als de superhelden die ouders gewoon zijn??

Mijn bevalling

Het is zover. De kleine man is eindelijk hier. Het  is officieel: ik ben mama!

Ik heb lang nagedacht of (en zo ja: hoe) ik dit blog moest schrijven. Uiteindelijk koos ik toch voor deze manier omdat dit helpt bij de verwerking. Klinkt zwaar toch? Nou, dat was het ook. Mijn bevalling was alles behalve “gepland”. Alles wat mis kon gaan, ging mis. Ellende op ellende en pijn op pijn. Al met al kan ik naar volle waarheid zeggen dat deze bevalling traumatiserend was. Ik schrijf dit blog niet om medelijden op te wekken, of om af te schrikken. Ik schrijf dit blog om de emotie nog eenmaal te beleven. En het zo “een plaatsje” te kunnen geven. Egoïstisch? Misschien. Maar zeer zeker noodzakelijk. Want het hele gebeuren in een verdomhoekje stoppen werkt niet en zal op de langere termijn weer problemen opleveren. Ik ga dus voor die zure appel. En hoop dat als ik bij het klokhuis aankom, dat de zure smaak in ieder geval een stukje zoeter is…

Eigenlijk begon de pret dinsdag 18 april. Ik had een afspraak bij de gynaecoloog. Standaard echo om de groei te bepalen. Volgens de echo was het geschatte gewicht 3880 gram wat toch echt te hoog was. Ze wilde het zekere voor het onzekere nemen en wederom een suikertest doen. Als hieruit zou blijken dat er alles in orde was zouden ze aansturen op een inleiding met 39 weken. Zou het niet in orde zijn dan moesten ze verder kijken. Woensdag dus wederom een dagcurve laten prikken. Voor iemand met angst voor naalden én die moeilijk te prikken is, is dat iedere keer weer een behoorlijke stressfactor. Toch netjes 1x nuchter, 1x na ontbijt en 1x na de lunch laten prikken. Donderdag had ik een afspraak met mijn eigen verloskundige. Zij kon de gegevens opvragen. Hieruit bleek dat de 1e 2 waardes goed waren, alleen de waarde na de lunch was verhoogd. Nu was dus de vraag: en nu? De gynaecoloog had zich namelijk vergist in de data. Zij dacht dat ik nog anderhalve week moest tot 39 weken. De waarheid was dat ik over 2 dagen die grens al zou bereiken. Er werdt een terugbelverzoek ingediend voor de volgende dag, daar de arts vandaag afwezig was. Dus moesten we weer wachten. Op dat moment was mijn algehele gesteldheid al bagger. Ik had alleen maar pijn. Leefde van bed tot bank en slapen was iets wat ik in weken al niet meer fatsoenlijk gedaan had. Ik was totaal op. En kapot moe. Vrijdag was ik de hele dag onrustig. Lekker douchen hielp ook niet (maar heb me iig nog kunnen scheren want ja, prioriteiten stellen is echt onbegonnen werk tijdens de zwangerschap) 3x zelf naar het ziekenhuis gebeld om te vragen of ik echt wel teruggebeld werdt vandaag. Ja, maar dan na het spreekuur. De laatste patient stond om 16.00uur. Dus maar weer wachten. Want dat hadden we nog niet genoeg gedaan. Om 16.30 nog niks en waren ze ook niet meer telefonisch bereikbaar. Om 17.00 ging dan eindelijk de telefoon. Het gesprek ging als volgt: 

Tsja die suikerwaarden waren echt niet goed he. Dat is wel reden tot zorg. Misschien is het beter om toch in te leiden. Ik: nou graag, ik zit er namelijk helemaal doorheen, ik ben op. Nou, dan stel ik voor dat je maandag even belt en dan kijken we of er plek is. Dan kun je om 2 uur met de afdeling bellen. Ik: uhhmm…nee. Ik ga niet tot maandag zitten wachten of ik dan “misschien”  geholpen kan worden. Dat is niet goed genoeg. U zegt zelf dat deze waardes reden tot zorg zijn. Dan lijkt mij dat daar ook passende actie op genomen moet worden. Wachten tot maandag en dan kijken of er plek is lijkt mij geen passende actie. Gelukkig ging ze daar wel in mee. Ze heeft de afdeling gebeld en had vrij snel alles voor elkaar. We konden à la minuut aanrijden, ik zou vandaag ingeleid worden! Ik ging vrij beduusd naar beneden en vertelde mijn man dat we naar het ziekenhuis moesten. Zijn reactie: wat, nu? Ja schat, nu. Flabbergasted pakten we onze spullen. Brachten de hondenkinders naar mijn ouders, en haalden snel wat te eten. Met de auto volgeladen reden we naar het ziekenhuis.

Daar aangekomen ploeterde ik naar de afdeling terwijl manlief de auto parkeerde en de spullen naar binnen sleepte. Ik deed er geloof ik 20 min over en 3 zusters hebben me gevraagd of ik niet liever een rolstoel hebben wou. Mijn mantra: ik ben er bijna, ik ben er bijna, ik ben er bijna. Daar aangekomen (17.44 uur op 21 april) werdt ik naar mijn kamer gewezen en kon ik lekker gaan zitten. Manlief kwam 10 minuten later bepakt en bezakt binnenstommelen en toen kon de zuster gaan uitleggen wat de gang van zaken zou zijn. Als allereerst werdt mijn bevallingsplan doorgenomen. Driekwart daarvan was al niet meer uitvoerbaar, en dat wist ik, toch vond ik het erg fijn dat er samen met mij naar gekeken werdt. Ze was eerlijk over wat mogelijk was, en wat niet. En dat gaf mij houvast. De verloskundige zou dadelijk een “ballonnetje” inbrengen waardoor er ontsluiting op gang gebracht zou worden. Dat balonnetje zou er dan vanzelf uitvallen bij ongeveer 3 cm ontsluiting. Op dat moment zou er een infuus met weeënopwekkers aangelegd worden. Na touchering (wat echt een enorm onprettig gebeuren is, tenzij je een doorgewinterde pornoactrice bent) bleek dat ik door de voorweeën wel al 1 cm ontsluiting had. Whoohoo vooruitgang! Er werd besloten de vliezen te breken. Ook het ballonnetje werd ingebracht en daar zit je dan met allerlei plakkers, draadjes en bliepende machines. 

Het was 18.31 uur. Geleidelijk aan kreeg ik steeds meer pijn. Waren dit de weeën al? Ik pufte met manlief (mijn grootste steun in deze hele situatie) alles zo goed mogelijk weg maar na 3 uur werdt het me te gortig. Om 21.10 stond de nachtzuster naast mn bed die doodleuk zei dat dit geen weeën waren maar harde buiken. Oh fijn…maar al dit zo de hele nacht doorgaat, dan kun je mij bij het ochtendgloren opvegen. In overleg met de arts kreeg ik wat slaapmedicatie voor de nacht. Grappig hoe snel je van je principes afstapt als het op pijn aankomt. Of nou ja…grappig… in mijn bevallingsplan had ik duidelijk aangegeven dat ik alles zo “natuurlijk” mogelijk wou. Geen medicatie, pijnstilling, knippen of spuiten. Een hele nobele instelling, waar ik nog steeds achter sta. Als het echter op de langere termijn aankomt is dit soms gewoon onmogelijk. Bevallen is een marathon, geen sprint. En soms heb je bij een marathon gewoon wat hulp nodig. En dat is ok. Dat moet ik mezelf nu nog steeds duidelijk maken. Het is geen falen om af te wijken van je geboorteplan. Het is geen falen om toch hulp te krijgen in de vorm van medicatie en/of pijnstilling. Je bent daardoor geen slechte moeder. Je bent geen hypocriet of verrader van eigen idealen. Want ja, al deze benamingen hebben door mijn hoofd gespeeld. En soms nog!  Het is ok om hulp te krijgen want een bevalling is een marathon en een fucking zware ook nog. Jij zult hem zelf uit moeten lopen en het is ok als je daar wat hulp bij krijgt. Zo kun jij  namelijk die eindstreep bereiken en dat is alles wat telt. 

Met de slaapmedicatie heb ik toch nog 4 uurtjes kunnen slapen. Weer een beetje energie op kunnen doen. De ergste pijn was ook weg, het was afgezakt tot een dof kloppend gevoel. De kleine deed het goed en mama was (soort van) opgeladen voor wat er komen ging. Om 7.15 werden mijn waardes gecontroleerd (temp, pols en hartslag) en mocht ik lekker douchen. Heel fijn dat ze er standaard een douchezitje hebben. Om 8.21 uur werd het ballonnetje verwijderd. Na toucheren (dat zal nooit wennen dat gevoel, vreselijk gewoon) blijkt er 3 cm ontsluiting te zijn en het vruchtwater doet zijn beste impressie van de neptunusfontein in Italië. Ik voel me als een leeglopend zwembad. Vruchtwater. O-VER-AL! Hoe kan er zoveel vruchtwater zijn. Serieus! Op den duur voel je je als houdini, die ipv zakdoeken, vruchtwater tevoorschijn blijft toveren. Het houd niet op. Alsof je een bootreis maakt in Venetië. Ongeloveloos. 

Om 8 uur krijg ik welkom bezoek. Mannie en Lot komen langs om me te steunen en dat doet me enorm goed. Het geeft me een boost als nooit tevoren. Ze houd mijn hand vast als om 8.32 mijn infuus geprikt moet worden. De zuster is op de hoogte van mijn angst voor naalden en ze gaan er enorm goed mee om. Er wordt goed gekeken hoe de aderen lopen, ze worden verwarmt en er wordt pas geprikt als ze 100% zeker zijn. Juist daarom lukt het ook in 1x. Om 9.04 wordt het infuus met de weeënopwekkers gestart. Mijn bezoek vertrekt weer en manlief en ik maken ons op voor wat er komen gaat. Nu komt de eindstreep in zicht. 

De weeënopwekkers (syntocinon) wordt gestart op 15 ml/uur. Om 9.40 wordt deze verhoogd naar 30 ml/uur. De weeën komen rustigaan op gang en ik kan ze goed wegpuffen. Onderwijl doe ik nog steeds de impressie van een warmwatergeiser. De handdoeken en matjes zijn niet aan te slepen. En de vloer naast mijn bed begint te lijken op een schaatsbaan. Even voor de duidelijkheid: je bed wordt dus NIET verschoond he. Er worden gewoon handdoeken verwisseld dus na een uurtje ofzo voel je je ellendig omdat je dus op een doorweekt bed zit en je niet kunt stoppen met water verliezen waardoor je bed zowat veranderd in een waterbed. Maar dan niet de goede soort. Om 10.20 is mijn temp wat aan de lage kant en ga ik even plassen. Daarna wordt de syntocinion opgehoogd naar 60 ml/uur. En daarmee worden de weeën ook heftiger (zoals het hoort) ik zit nu op de bedrand met 1 been opgetrokken en een been op de grond. Op 1 bil hang ik tegen de omhoog gezette rugsteun van mn bed. Op deze manier kan ik de weeën het beste opvangen. Ze komen steeds sneller en steeds heftiger. Het puffen gaat redelijk goed. Manlief is mijn rots. Hij houd mijn hand vast of streelt mijn nek. Hij weet precies wanneer hij wat moet doen. Zonder dat er ook maar een woord gewisseld wordt. Hij weet (of gelooft) nu nog steeds niet hoe groot zijn steun geweest is. Zonder hem had ik dit niet kunnen doen. En met zijn steun puffen we de pijn weg.

Om 11.50 wordt er opnieuw getoucheerd. Helaas is er nog steeds maar 3 cm ontsluiting. Verder kunnen ze middels de CTG de bby niet meer goed monitoren omdat de noppen die op mijn buik zitten iedere keer verschuiven. De verloskundige vraagt of ik niet liever wil dat ze een plakker op het hoofdje zetten. Ik heb dan ook geen last meer van de banden die op mijn buik drukken. Ik ga akkoord en de verloskundige zet tijdens het toucheren de plakker vast. Wat een raar idee dat de kleine man nu een electrode op zn koppie heeft. Het draadje loopt langs mijn  been en wordt aangesloten op de machine. De kleine man doet het voorbeeldig. En mama heeft weer een draadje extra bij haar verzameling. 

Om 12.38 ga ik nog een keer plassen, daarna komen de weeën weer sneller. Een groot probleem op dit moment is dat de weeën enorm doorstralen naar mijn rug. Ik kan steeds moeilijker een fijne houding vinden om de weeën mee op te vangen. De pijn van de weeën is in schril contrast met de pijn in mijn rug. Deze pijn overheerst. In overleg met de zuster vraagt ze of ik het kan volhouden tot de volgende touchering. Deze zal rond 14.00 zijn. Ik verbijt de pijn en ga akkoord. Daar krijg ik al snel spijt van. De pijn in mijn rug wordt steeds erger. Het put me uit. Ik kan me niet meer concentreren. Het wegpuffen van de weeën wordt daardoor steeds moeilijker. De pijn die ik voel is bijna niet te beschrijven. Ik ga wel een poging doen om jullie een idee te geven. Met elke wee (het zijn er nu zo’n 4 per 10 min) voelt het of er een gloeiende pook in mijn ruggengraat gestoken en rondgedraaid wordt. Mijn billen voelen gloeiendheet maar tegelijkertijd gevoelloos. Mijn heupen voelen alsof ze in een bankklem zitten en mijn onderste wervels voelen alsof ze door een psychopaat héél langzaam uit elkaar getrokken  worden. En dat bij elke wee. 

Om 13.45 trek ik het niet meer. Mijn lichaam voelt gemangeld. Alsof ik 6 uur lang in een draaiende betonmolen heb gezeten. Mijn lichaam is moe na deze zwangerschap (en de pfeiffer vooraf) mijn energiepijl is 0.0%, mijn geestelijke gesteldheid heeft ook een enorme optater gekregen. Waarom kan ik dit niet? Waarom puf ik de pijn niet gewoon weg? Waarom geef ik het op? Waarom? Ik voel me een enorme mislukkeling. Een loser. Ik stel iedereen teleur. Ik kan mijn man niet in zijn ogen kijken. Ik heb gefaald. Maar ik kan niet meer. Ik gooi de handdoek in de ring. Tegen mijn man kan ik alleen maar verontschuldigingen fluisteren als ik vraag om pijnbestrijding. Hij zegt dat het ok is. Dat ik het goed doe. Dat ik geen pijn meer hoef te hebben. Dat hij trots op me is. Ik kan dat niet geloven. Ik heb hem teleurgesteld. Heb mezelf teleurgesteld en ben daardoor ook diepbedroefd. De pijn is echter alles overheersend en het gevoel van falen wordt daardoor weggedrukt. Er wordt weer getoucheerd. Ik kan alleen maar huilen. Er is pas 4 cm ontsluiting. De tranen blijven stromen, ze voelen heet aan op mijn wangen. Met elke traan lijkt mijn lichaam minder energie te hebben. Ik heb aangegeven geen ruggeprik te willen. Het morfinepompje wordt echter afgeraden. Ik heb pas 4 cm ontsluiting en het kan nog wel even duren. Het pompje werkt maar max. 4 uur dus kan het zijn dat ik dan de ergste weeën alsnog zinder pijnstilling zou moeten doen. Ondanks dat ik doodsbenauwd ben voor de ruggeprik ga ik toch akkoord. Ik wil alleen maar dat de pijn ophoud. Om 14.30 is de aneastesist aanwezig. De weeën komen nu elke 2 min. Ze zijn enorm hevig en ik kan ze niet keer wegpuffen. Ik verlies mezelf in de pijn. Het is alsof ik niet meer in mijn lichaam zit. Ik kijk vanuit de hoek van de kamer op het hele tafereel. Ik ben hard voor mezelf. Stel je niet zo aan. Duizenden vrouwen doen dit dagelijks. Je stelt je aan. Doe gewoon wat je moet doen. Het is alsof ik praat over een vreemde. Ik hoor mezelf op het bed stamelen tegen de aneastesist: sorry, ik doe echt mn best. Ze heeft inmiddels al 3 x misgeprikt. Er wordt besloten een 2e aneastesist te bellen. Met een grotere naald. Als ik dit hoor voel ik me helemaal verloren. Wat is er toch mis met mij? Waarom gaat alles zo gigantisch naar de klote. Het huilen put me nog verder uit. Het gaat nu op de automatische piloot. Manlief troost me zo goed hij kan. Maar ik voel me leeg vanbinnen. Leeg en uitgehold. De pijn lijkt mijn hele wezen veranderd te hebben. Al het persoonlijke is weg. Alle emotie. Alle warmte. Alles wat “IK” ben. Het is in een doosje gestopt met een groot hangslot eraan. Ik ben een lege huls. 

De 2e aneastesist laat wat op zich wachten omdat hij nog bij een operatie was. Om 15.30 komt deze man binnenwandelen. Met zijn gedrag zal hij de gehele bevalling een toon geven. Het begint al met zijn bedmanieren. Hij begint gelijk aan me te duwen en te sjorren. Zo mevrouw even overeind zitten. Hij duwt een kussen in mn buik, hang hier maar even overheen. Daardoor komt er opnieuw een heftige wee op. Ik kan dit nog net uitspreken voor ik achterover ga hangen. Nee mevrouw u moet wel rechtop blijven zitten. Hij duwt me terug, midden in mijn wee, en ik kan alleen maar schreeuwen: nee! Manlief is op dat moment al woest en haalt verbaal uit naar de man. Ze zegt nee, dus je laat haar nu even met rust. Nee is nee en ZIJ is de baas. Niet jij! Ik smeek de man me even te geven. Ik WEET dat de weeën elke 2 min komen, en ik WEET dat deze meneer zijn werk probeert te doen tussen deze weeën door. Maar hij MOET me echt even een momentje geven om op adem te komen. Meneer is het hier duidelijk niet mee eens. Hij wacht kort voor hij weer vervalt in zijn harthandige ritme. Duw, sjor, ontspan u mevrouw. Ja hoor, dat doe ik ff. Ik ga voor jou ff lekker ontspannen. Omdat dat zo makkelijk is. Gewoon lekker ontspannen. Alsof je in de sauna zit. Ff lekker relaxen, gewoon omdat jij dat zegt. Pannenkoek. Meneer prikt 2x mis en verlaat de kamer met de woorden: nou hij zit hoor, en nu afwachten of het werkt. Positiviteit is op dat moment afwezig in mijn persoon dus deze uitspraak slaat in als een bom. Ik besef dat de pijn nooit meer weggaat en begin weer te huilen. De paniek slaat toe en ik krijg een enorme huilbui. Ik weet dat ik daar niet aan moet toegeven maar ik voel me zo hopeloos verloren. Ik ben bang. Zo verschrikkelijk bang. Voor de pijn. Voor wat nog komen gaat. Ik kan niet meer stoppen met huilen. Het is 15.47 uur.

Door het hele ruggenprikdrama krijg ik een weeënstorm. De weeën komen achter elkaar en al snel wordt duidelijk dat de ruggeprik niet werkt. Helemaal niet werkt. Nog niet eens een heel klein beetje. Ik smeek wederom om iets tegen de pijn. Er wordt snel overlegd of het pompje toch niet aangesloten kan worden. De verloskundige komt om 15.56 controleren. Ik heb het gevoel dat ik moet poepen. De verloskundige kijkt me aan, pakt mijn arm vast en  zegt: we kunnen je geen pijnverlichting meer geven meis, je hebt persweeën en je mag gaan bevallen. Blijkbaar heeft het hele prikdrama ervoor gezorgd dat ik in een uur tijd van 4 naar 10 cm ontsluiting gegaan ben.  De angst slaat me om het hart. Ik voel de adrenaline door mn lichaam schieten. De angst neemt het over. Ik kan dit niet. Ik ben er niet klaar voor. Ik puf de persweeën weg. Ik wil niet bevallen. Geef me mijn kleren maar, ik ga naar huis. Adios. De angst voor de pijn van de bevalling is ongrijpbaar. Onbekend en daardoor 10x zo erg als hij misschien zou moeten zijn. De persweeën voelen ook enorm raar. Alsof je heel erg moet poepen, maar dan “zwaarder”. Je lichaam voelt dat dit meer is dan dat. Dit is geen darmroersel. Dit is je kind wat naar buiten wil. Je zoon. Waar je 39 weken op hebt zitten wachten. Al die echo’s, al die tests, al die kwaaltjes hebben geleid tot dit moment. Als je dit niet doet zal hij met een vacuumpomp, of erger nog, met een keizersnee gehaald moeten worden. Is dat dan wat je wil? 
Ik ben de uitputting voorbij, maar dit vooruitzicht schudden mij wakker. Ik probeer mezelf voor de laatste keer op te peppen. Ik zeg tegen mezelf: i got this! Manlief of het verplegend personeel horen dit niet, of ze snappen het niet maar omdat niemand hierop reageert voel ik me enorm eenzaam. De eenzaamheid dreigt me te verstikken. Ik voelt het over me heenkomen als een hete deken van smog. En dan krijg ik een nieuwe perswee. Ik grijp mijn knieeën, zet mijn kin op mn borst en pers. Het is 16.14 uur. Ik gooi alle emotie overboord. Het is overtollige baggage. Ik voel me weer een beetje in controle. Ik pers zo hard ik kan. Na elke pers deigt de paniek terug te komen. De strijd tegen de paniek is zwaarder dan de bevalling. Als ik deze emotie nu laat overnemen, ben ik verloren. Om 16.26 uur zegt de verloskundige: het hoofdje staat! Ze proberen de pijn wat weg te nemen met een warm washandje. Ik ben ze voor eeuwig dankbaar voor hun meedenken. Deze vrouwen die het zelf al meegemaakt hebben. Die dit letterlijk dagelijks doen. Die andere vrouwen bijstaan in hun strijd. Deze vrouwen verdienen alle eer die hun toekomt, want het zijn echte toppers! Ik voel de volgende wee opkomen en weet tegelijkertijd 2 dingen. Deze wee komt nooit meer terug en: mijn zoon kan elk moment geboren worden. 

De perswee zet door, ik zet door. Ik voel een steek van pijn, ik hoor een gil en voel daarna een onbeschrijflijk gevoel van mijn zoon die mijn lichaam verlaat. Het is voorbij. Onze zoon is geboren

Om 16.33 met een gewicht van 3638 gram, een lengte van 53 cm en een apgar score van 10/10/10 is onze zoon Jack Johannes Antonius Maria Dinnissen geboren. Hij zong al voordat hij volledig geboren was. Ik kreeg hem op mijn buik en die eerste blik was zo indrukwekkend. Hij was zo wakker, zo alert. Ik was vooral blij dat hij er was. En was verbaasd over het feit dat het zo’n mooi mannetje was. Had IK dat nou gemaakt? Was dit nou het kleine dropje dat op zoveel echo’s naar ons had gezwaaid? Wonderbaarlijk gewoon. 
Om 16.49 werden ook de placenta en vliezen geboren. Papa mocht de navelstreng doorknippen. Ook worden er 5 hechtingen gezet. Het is ondanks de verdoving toch pijnlijk. Ik merk dat ik volledig verstijf als ze in de buurt van de wond komen. Ik probeer te ontspannen maar het gaat lastig. Zelfs met de kleine man op mijn buik. Gelukkig is de verloskundige een kei in haar werk en duurt het allemal niet heel lang. 10 minuutjes later lag Jack al bij mama aan de borst. Om 17.46 werdt onze kleine man gecontroleerd. Een echte zoon van zn vader want van kou houd hij niet, en dat laat hij ook horen. Zn temperatuur is na knuffelen met mama ietsje hoog dus mag hij zonder muts bij papa knuffelen. Vanaf het moment dat papa hem aanpakt is hij stil. Hij vind zijn papa érg interessant. 

Om 18.43 heb ik gedouched, geplast (tenminste…dat is wat de zuster denkt) en kan ik wat gaat eten. Om 19.24 mag Jack nog een keer aan de borst en om 19.49 mogen we alle 3 naar huis!

Dat was het hele verhaal. Het heeft me moeite gekost het “op papier” te krijgen. Maar het voelde ook goed. Als het verwijderen van een splinter. Ik ben nog aan het overwegen om een klacht in te dienen tegen de 2e aneastesist. Door zijn werkwijze heeft de hele bevalling een enorme negatieve lading gekregen. Traumatisch zelfs. Ik heb de eerste dagen meerdere malen flashbacks gehad en kon moeilijk slaap vatten door nachtmerries. Mijn verloskundige opperde zelfs of ik niet wou denken aan therapie om dit te verwerken. Dat wordt natuurlijk ook niet zomaar gezegd. Ik weet nog niet wat ik daarmee ga doen. Daar moet ik nog even goed over nadenken. 

Al met al waren deze afgelopen 39 weken (of langer al, als je de periode met pfeiffer meetelt) enorm zwaar. Ik ga het niet mooier maken dan het is. De hele zwangerschap is er geen roze wolk geweest. Er waren mooie momenten. Maar over het algemeen was het gewoon prut. Daar kan ik niks an veranderen, het is gewoon de vaststelling van een feit. De bevalling zelf had naar mijn mening ook heel anders kunnen lopen. Beter? Minder pijnlijk? Sneller? Geen idee. Maar in ieder geval anders dan nu. Daar zitten natuurlijk ook weer consequenties aan vast. Daarover later wellicht meer. 

Voor nu ben ik weer even klaar met schrijven. Ik ga zachtjesaan proberen op te krabbelen. Genieten van mijn nieuwe gezin. Tijd doorbrengen met de man die mij zo goed steunde in dit horrorverhaal. En met de uitkomst van onze liefde. Ons mooie mannetje. Onze kleine Jacky. En hopelijk kunnen wij de ouders voor hem zijn die we graag willen zijn. Zodat hij mag opgroeien als een mooie, lieve, respectvolle kerel met de wereld aan zijn voeten. Wat… wilt elke ouder dat niet voor zijn kind??

De laatste loodjes

Die laatste loodjes. Iedereen heeft ze wel eens gehad. Of het nou het einde van een studie is, een marathon die je loopt of misschien wel een stageperiode. Die laatste lootjes zin vaak een periode van afsluiting. De laatste dingen doen. De laatste kilometer. De laatste krabbels zetten. Closure

WAAROM heeft niemand mij ooit verteld dat bij zwangerschap die laatste loodjes net even iets anders zijn? 

Nou zal ik bij deze voor alle duidelijkheid even aangeven dat dit MIJN kijk op de zaken is. Dit is geen stelregel, of vastgesteld feit voor iedereen. Alleen voor mij. Wellicht dat meerdere vrouwen zichzelf hierin kunnen vinden. Misschien ook niet. Wat mij betreft zijn die laatste lootjes in ieder geval zwaar kut. 

Als zwangere vrouw zijn er nogal wat sociaal opgestelde “regels” waar je aan moet voldoen. Afgezien van alle vanzelfsprekende dingen qua eten, drinken, beweging, vitaminen, mineralen en wat-dan-al-niet-meer (dingen die van zichzelf als best lastig vol te houden zijn, laat staan 9 maanden lang) daarnaast wordt er ook nog van je verwacht dat je 9 maanden lang alles slikt wat je lichaam te toewerpt aan allerhande klachten. En dat behoor je dan te doen met een grote glimlach op je mond en zonder te klagen. Je bent immer zwanger! Een wonder der natuur en JIJ bent hiervoor geselecteerd. 

Dit is niet volledig gelogen natuurlijk. Het maken, laten groeien en krijgen van een kind blijft een wonder. Een wonder waarvan ik innig dankbaar blijf dat ik dat mee mag maken. Ik besef namelijk heel goed dat dit wonder niet voor iedereen weggelegd is. Ik vind echter niet dat dit betekend dat ik daarom niet zou mogen praten over de minder leuke dingen in deze doldwaze achtbaan die zwangerschap heet. 

Ik heb volgens mij wel eens eerder geschreven over de “dagjesmensen”. De mensen die je eens in de zoveel tijd een keer spreekt of tegenkomt. De mensen die vragen: hoe gaat het met je? Maar eigenlijk helemaal geen echt antwoord willen. Ze willen alleen maar horen: ja hoor goed. Verplichting voldaan, op naar de volgende. Voor deze mensen zou ik graag het volgende willen voorleggen: als je niet daadwerkelijk wil weten hoe het met iemand gaat, vraag het dan ook niet! Als ik vervolgens  eerlijk aangeef dat het helemaal niet zo lekker gaat, krijg je ineens een hele awkward situatie. Er valt zo’n stilte waarin de vragende partij paniekerig bedenkt wat hierop geantwoord moet worden. In 90% van de gevallen is dat de dooddoener: goh wat vervelend. Zinloos. Volledig nutteloos gewauwel. Vaag het dan de volgende keer maar liever niet. Serieus. Ik zal je er niet op aankijken. Liever stilte dan onoprecht en gespeelde interesse. Even goede vrienden!
Om namelijk op het onderwerp van dit blog terug te komen: die laatste lootjes zijn zwaar. Enórm zwaar. In mijn geval ben ik al meer dan een jaar aan het kwakkelen. Ik ging vanuit de ziekte van pfeiffer de zwangerschap in, en direct aansluitend begonnen ook de zwangerschapsgerelateerde klachten. Ik ben dus al dik een jaar niet meer “mezelf”. Dat doet best wel wat met een mens. Niet alleen lichamelijk. Ook psychisch. Geestelijk gezien ben je namelijk nog je oude zelf. Met dezelfde normen, waarden, behoeftes en ideeën. Als echter je fysieke lichaam er de brui aan geeft, zijn deze twee dingen ineens niet meer verenigbaar. Er komt een kink in de kabel en je hele proces stopt. Nou is dat niet zo erg als dat een tijdje zo is. Maar hoe langer het duurt, hoe meer je met jezelf in de knoop komt. Dat is op zn zachts gezegd problematisch. En dubbel zo erg in een lichaam dat zowat overspoelt wordt door hormonen. Ventileren blijft dan echt, en dit kan ik niet sterk genoeg benadrukken, essentieel. Niet alleen essentieel, ook noodzakelijk. En onmisbaar! Dit alles doorstaan is namelijk al moeilijk genoeg. Dit alleen doorstaan nagenoeg onmogelijk.

De volgende keer dat je dus weer kromstaat van de pijn in je rug. Na 10 minuten wandelen moet gaan liggen omdat je harde buiken hebt. Je helemaal klaar bent met het lekken, het zweten, de krampen en de nachtmerries. De opgezwollen voeten, enkels, handen en vingers. De eeuwige twijfels, angsten en onmacht. De hormonen die je binnen 1 milliseconde van een vrolijke vrouw naar een helse heks veranderen, en even snel weer van een sterke vrouw naar een jankend hoopje ellende. Als je je weer moet neerleggen bij het feit dat de simpelste taken niet uitvoerbaar zijn. Je weer hulp in moet roepen waardoor je eigen hulpeloosheid alleen maar groter voelt. Je weer enorm boos bent op jezelf omdat je wèèr die was niet weg kan werken of het eten koken er bij inschiet.  Je verschrikkelijk voelt omdat je kleintje je zo hard schopt dat je daardoor helemaal beurs voelt, maar je eigenlijk vind dat je niet klagen mag. Als dat weer gebeurd (en in mijn geval is dat in deze ‘laatste-loodjes-periode dagelijks) trek dan aan de bel. Praat met je partner, je moeder, je bestie, je zus, je tante uit Marokko, je buurvrouw, je psychiater, maatschappelijk werker of (dat werkt bij mij als een tierelier) je mede-zwangeren  (wederom liefkozend mijn walvissen familie genoemd) 

maak het bespreekbaar. Ventileer. Praat erover. En doe dat met mensen die er ECHT om geven. Mensen die om JOU geven. Mensen die je begrijpen. Er hoeft niet altijd een oplossing te zijn. Met begrip, onvervalst en oprecht medeleven en dikke knuffel kom je een heel eind. Soms is dat zelfs alles wat er nodig is. Vergeet niet: je HOEFT dit niet alleen te doen. Niemand verwacht dat van je. Nouja…mischien alleen je grootste vijand. Een vijand die jij heel goed kent. Een vijand die je dagelijks ziet en meemaakt. Natuurlijk heb ik het over jijzelf! Wij (zwangeren) vrouwen kunnen de lat hoog leggen voor onzself. Héél hoog. Onnodig hoog soms. Uitdaging is goed. Maar hou het reëel. Je kunt nou eenmaal minder als je die laatste lootjes van de zwangerschap aantikt. Vráág en acceptéér die hulp. Doe dat ene stapje (of twee of drie) terug. En ventileer. Praat als het even wat minder gaat, al is het 10x per dag. Wordt boos, huil, schreeuw en lach. Doe het alleen, of doe het samen. Doe het zoals jij het wil. Maar vooral: doe het! Op deze manier zullen wij die eindstreep wel halen. Dat doen we dan misschien kruipend. Maar hoe dan ook schoppen we ook die laatste loodjes onder hun kont!

Herhaling

Je wordt wakker. Je staat op. Kleed je aan. Zet een was aan, maakt het bed op en ruimt de rommel van gisteren op. En ergens in dit hele proces vraag je je af: Deed ik dit gisteren ook al niet?

Met 35 (+ 3) weken zwanger besef ik heus wel dat die hormonsters hoogtij vieren. Maar dat besef van die eeuwige herhaling maakte mij vanochtend echt enorm verdrietig. Het besef dat het allemaal gewoon echt geen nut lijkt te hebben. Elke godganse dag heb je hetzelfde ritme. Staat diezelfde rotzooi klaar en doorloop je dezelfde stappen. Waarom doe ik het nog?

Het antwoord daarop is simpel. En meerledig. Omdat het niet vanzelf gebeurd. Omdat ik houd van een opgeruimd huis. Omdat ik enorm chagrijnig wordt van rommel. Omdat ik niet ga wachten tor iemand anders het licht ziet. Omdat de honden nog steeds niet kunnen afwassen. Enzovoorts enzovoorts…

Natuurlijk probeer ik zoveel mogelijk te voorkomen. Afwas na het eten doen. Zo vaak mogelijk een wasje wegdraaien. Als ik iets gebruik leg ik het na gebruik weer terug. Simpele dingen. Als je echter de enige bent die dat doet…tsja…dan schiet dat niet echt op. Het lijkt een echt “vrouwending” te zijn deze simpele dingen. En nu de vrouw des huizes rondloopt met een dikke toeter, en al moe wordt van naar boven lopen, worden deze simpele dingen steeds minder uitgevoerd.

Betrapt! Ja, ik beken. Ik ben ook maar mens. Ik maak ook rommel. En soms heb ik gewoon echt geen zin om de afwas te doen. Soms heb ik zelfs 2 dagen geen zin om de afwas te doen (bel de huishoudpolitie!) Soms stapelt het oud papier zich zo hoog op dat ik er een vakantiehuisje van zou kunnen bouwen. Soms ligt er onder de stoelen een halve chihuahua aan hondenhaar. Ik zal mezelf niet verder door het slijk halen maar jullie snappen het wel he. Soms zou ik gewoon willen dat iemand spontaan mijn taken over zou nemen. Maar dat gebeurd alleen in sprookjesfilms. Dus na een dag (of 2) irriteer ik me dusdanig dat ik toch maar weer van voor af aan begin. Met een hele HELE diepe zucht.

Op dat soort momenten vraag ik me verschillende dingen af. Gaat deze instelling me opbreken als de kleine man er dadelijk is? Je huis moet immers aan kant zijn met een kindje. Maakt het me een slechte moeder als er een zooi aan (schone of vuile, dat laten we even in het midden) was in de wasmand ligt? Wat gaat er met dat ritme gebeuren als dadelijk blijkt dat het gewoon niet vol te houden is? Ga ik in overdrive of ga ik verslonzen. En is daar nog van terug te komen? Ja.. .als die gedachten eenmaal komen gaan ze ook gelijk in overdrive…

Ik heb altijd geloofd in de instelling: in een huis mag geleefd worden. Er mag best rommel zijn zolang het maar schoon is. Maar nu de bevalling steeds dichterbij komt begin ik steeds meer te twijfelen aan die instelling. Het feit blijft, als ik de bal laat vallen in het huishouden dan houd ik mn hart vast. Het huis zal niet onbewoonbaar verklaard worden ofzo. Maar “mijn” huishouden zal dan wel in het honderd lopen. Ik doe het huishouden op mijn manier, en vind het ook niet prettig als dit op een andere manier gedaan wordt. Alle hulp is natuurlijk welkom (nu helemaal) maar ik betrap mezelf erop dat ik dingen dan toch naloop om te kijken of het wel “goed” gedaan is. I know…i’m funny like that. Mijn angst is gewoon dat ik na de bevalling mijn ritme niet meer kan (of wil)  vinden en het huishouden daardoor één grote chaos wordt. En we gaat dat dan oplossen??

Waar een mens toch allemaal niet wakker van kan liggen he…vooralsnog heb ik mezelf vanmorgen maar weer vermanend toegesproken, de muziek hard gezet en ben aan de slag gegaan. De keuken is weer opgeruimd (manlief hielp zelfs nog met afdrogen) en zo direct maar aan de slag met die hopeloze heuvel aan oud papier. Oh en de was moet nog gehangen worden. Als mn lijf het toelaat zal ik daarna de tafel nog wel leegruimen en de vloer doen. Mocht dat niet lukken dan zal het morgen worden. En dát besef…dat knaagt nu alweer aan me. Lang leve de herhaling…

Diana : Toekomstbeeld

Weer een gastblog. Ditmaal over mijn toekomstbeeld…

Christa Schrijft

De zomer. Hij zit er weer aan te komen. De dagen worden langer en het weer wordt beter. Waar ik aan denk als ik aan de zomer denk? Zoveel goede herinneringen…Voor het eerst op mezelf wonen, mijn eigen huisje en balkonnetje waar ik in de warme zomerzon lekker bruin kon bakken terwijl ik een zelfverzonnen smoothie/cocktail van verse aardbeien dronk.

View original post 633 woorden meer

Gedachten op de vroege ochtend

​“Lig wakker in mijn bed

Mijn hoofd vol met gedachten

De tijd tikt langzaam door

Slapeloze nachten

En de zon breekt langzaam door

M’n ogen reeds gesloten

Bedenken als ik slaap

Ben ik even weg van al mijn dromen

Maar ik heb slapeloze nachten

Slapeloze nachten

Lig alleen in bed

Denk alleen aan morgen

Mijn gedachten maakt me gek

M’n hoofd zit in de toekomst

Mijn lichaam in het nu

Starend naar de hemels, blijven dromen in de buurt”

Deze is natuurlijk niet van mij. Maar de tekst van de opposites is wel héél kenmerkend voor mijn situatie op dit moment. Al denk ik wel dat deze heren dit liedje met een iets andere onsteek geschreven hebben …😊

Ze zeggen dat het erbij hoort. Veel wakker zijn. (Moeite met) draaien. Niet door kunnen slapen. Kortom: slapeloze nachten. Vaak begint de pret rond een uurtje of 5. Vandaag was een uitzondering. En geen goeie. Om 4.15 lag ik al wakker. Doodmoe maar niet meer kunnen slapen. Het is echt uitputtend. Een goeie positie vinden om toch nog maar wat te slapen. Vergeet het maar! Ogen dicht en toch proberen. Think again! En als de kleine man dan ook besluit om met acrobatische toeren aan de gang te gaan is het voor mij klaar. Ik zweet me een ongeluk en mijn rug doet pijn. Om 4.45 zit ik al beneden, volledig wakker en afvragend waarom

Dan maar beginnen met thee. Ik fikker het theezakje (met verpakking en al) in mijn hete water. Ja hoor, ik ben echt wel wakker 😐. Ik plof op de bank en loop mijn mails door. Doe wat administratie en speel een spelletje. Vandaag vertrekken we naar onze pre-babymoon. Even een midweekje ertussenuit met zn tweetjes. Even focussen op elkaar voor de gekte losbarst. En dat zet je dan weer aan het denken…

Over niet al te lange tijd zijn we niet meer alleen met onze hondekinders. Dan zijn we met zn drietjes (+2 hondekinders). Een klein hummeltje erbij. Iemand waar je de rest van je leven voor zorgen moet. Dit hummeltje komt vanaf het moment dat hij geboren wordt op de eerste plaats.  Uiteraard kies je hiervoor. Maar is het dan echt erg om te zeggen: en ik dan?

Natuurlijk zorg je voor je kleintje. Je doet alles wat menselijk mogelijk is om hem tevreden te houden. Je zet alles aan kant om hem alles te bieden wat hij nodig heeft. Alles moet wijken voor zijn behoeften. Maar is dat wel zo? Want; als alles wijken moet, waar blijf jij zelf dan?

Kennen jullie de uitdrukking: Happy wife, happy life? Met andere woorden: houd als man je vrouw blij, en dan heb jij ook een gelukkig leven. Ik vind het een grappige uitdrukking. Tot op zekere hoogte zit er wel een kern van waarheid in. De vrouw is van oudsher toch vaak degene die “de zorg”  op zich neemt. Uitzonderingen daargelaten lijkt dat toch iets te zijn wat in de genen zit. Ik ben enorm zorgzaam. Ik vind het fijn om voor mensen te zorgen. Vind het prettig als mensen tevreden zijn, gelukkig zijn. Soms is het echter ook wel fijn om dat terug te krijgen. Dat iemand anders even voor jou zorgt. Het is een wisselwerking. En als deze wisselwerking verstoord wordt loopt alles vaak in het honderd. Het huishouden ontploft, spanningen lopen op en de sfeer is zeg maar…ehhh…niet zo leuk. Om dat alles te voorkomen houd je dus moeder de vrouw tevreden. Happy wife, happy life. Maarrrrr….geld dat voor moeders ook?

Ik vond op kraamtranen.nl het volgende stukje: 

Naast een diep geluksgevoel en een gevoel van intense tevredenheid, kennen veel vrouwen juist in de eerste tijd een wirwar van emoties, waar ze zelf niet wijs uit kunnen worden. Er zijn dagen dat je om het minste of geringste in tranen bent. Of dat je geplaagd wordt door diepe twijfels aan jezelf. Dat is een toestand die bijna altijd vanzelf over gaat. Met een beetje steun en begrip uit je omgeving kom je een heel eind.

Dit stukje gaat over oorzaken van postnatale depressie. Het is zeker goed om dit soort dingen te weten, want het komt vaker voor dan je denkt. Vooral omdat er nog altijd een “taboe” op rust. Vrouwen “horen” namelijk niet depressief te zijn na (of voor en tijdens) de zwangerschap. Geen lichte kost, ik weet het. Maar desalniettemin interessant. Hieruit maak ik namelijk op dat de eerder genoemde uitdrukking zeker ook geld voor mama’s! Want: als mama niet gelukkig is, hoe kan ze dit gevoel dan overbrengen op haar kleine spruit? Ik denk dat het een beetje te vergelijken is met de veiligheidsinstructies in een vliegtuig. Als de druk wegvalt zet jij als ouder EERST je eigen zuurstofmasker op, en DAARNA pas dat van je kind. Waarom? Nou logisch: al jij niet eerst voor jezelf zorgt: wie zorgt er dan voor je kind? 

Natuurlijk is dit best kort door de bocht. Niks is zwart /wit. Alles heeft nuances en elke situatie is een individuele. Maar het is zeker iets om goed over na te denken. Zorg voor jezelf, zodat jij voor je geliefden kan zorgen. En zij natuurlijk zo af en toe voor jou. Maar vooral: Geniet. Geniet van het leven, geniet van elkaar. Maar geniet ook van dingen voor jezelf. Je bent het waard. Happy wife, Happy life.

Happy jij, Happy zij!

Tot ziens en Hallo!

Op mijn laatste werkdag besluit het mini-mensje in mij ’s nachts een feestje te vieren.  Vanaf een uur of 4 lig ik al wakker terwijl hij zijn tapdans oefeningen in mijn buik uitvoert. Na een uur draaien en posities opzoeken die wél makkelijk liggen, geef ik het op. Ik heb het heet en ben doodmoe maar dit werkt niet. Ik sta op, fris me op en kleed me aan. Dan ga ik naar beneden. Mijn baksels klaarzetten (nepsnickers, cake&koek-cake en stroopwafelcake, alle drie gistermiddag vers gebakken) dan ga ik op de bank liggen, een beetje tv kijken en nadenken over de dag die komen gaat en mijn tijd bij Brabant Water. Het is nog niet zeker of ik na mijn verlof terug kan komen, of er nog plek voor me is, dus dit afscheid voelt heel verdrietig. Meer dan 2 jaar heb ik hier gewerkt. Met veel plezier. Het werk is veelzijdig, en hier kan ik echt Klantenservice (met hoofdletter K) verlenen. “wij” weten nog echt dat de klant belangrijk is. Hier kan ik “shinen” in de dingen waar ik goed in ben: luisteren, service verlenen, helpen. En dat doe ik dan ook nog met een heel bataljon aan lieve collegae. En nu is dat voorbij.

Ik stap in Den Bosch uit de trein en waggel naar de uitgang. Bij alles wat ik doe of tegenkom denk ik: dit is de laatste keer. De laatste keer uitchecken. De laatste keer in de rij voor de roltrap, de laatste keer bijna van je sokken gereden worden bij het oversteken, de laatste keer langs het gerechtshof en de laatste keer goedemorgen zeggen tegen Vida, die me, ook voor de laatste keer, naar binnen laat. 

Ik herinner me de eerste keer nog. Vol zenuwen ging ik zitten op de bank nadat ik me bij Vida gemeld had. Ik was bijna een uur te vroeg, dus had nog dik de tijd om mijn sterke punten door te nemen. Sollicitatiegesprekken zijn altijd zo stressvol. Het voelt zo dubbel. Je moet jezelf echt “verkopen”. Ik ben meer iemand die liever laat zien waarom ik de beste persoon ben voor de baan. Maar helaas werkt het zo niet. Het gesprek zelf duurde niet lang. Ik was superzenuwachtig en had het idee het enorm verknald te hebben. Na zo’n gesprek ga je ineens allemaal dingen bedenken die je beter had kunnen zeggen. Bedankt voor de snelle reactie hersenen! Groot was mijn verbazing toen ik binnen enkele dagen al te horen kreeg dat ik aangenomen was! Wat was ik blij. Weer lekker aan de slag. En dat in een bedrijf waar ik niets hoefde te verkopen. Ik geloof dat we (ik en nog een andere nieuwe collega) binnen 2 weken al in de lijn zaten. Dit was het werk waar ik voor gemaakt was. Beetje bij beetje werdt ons groepje groter en werden we hechter. Lachen,gieren,brullen. Maar ook irritaties en vervelende momenten. We waren er voor elkaar. Luisterden naar elkaar en lieten elkaar met rust als het nodig was. Het maakte de lange werkdagen (van 8 tot 5) een stuk aangenamer. 

En dan komt dat moment dat je voor de laatste keer binnenkomt. Voor de laatste keer goedemorgeeeeeen buldert, en voor de laatste keer plaatsneemt op je flexplek-die-stiekem-eigenlijk-al-lang-geen-flexplek-meer-is. Je logt in, start alles op, vult je emmertje met thee en gaat, voor de laatste keer, aan de slag. Je wilt die dag ZO veel zeggen. Maar ergens blijven de woorden steken in je keel. Het voelt zo zinloos! Praatjes over wat je dat weekeind gaat doen, wat je gaat eten die avond, wat je onderweg nu weer gezien hebt. ALLES wat je normaal met elkaar bespreekt, je wilt het bespreken, maar op de een of andere manier voelt het fout. Het voelt alsof je wil praten over het weer terwijl je onder een auto ligt omdat je aangereden bent. 

Gelukkig is het niet allemaal ellende. Ook deze dag is als “vanouds”. Onze klanten blijven bellen, de gesprekken zijn stuk voor stuk leuk (komt vast door het mooie weer 😊) en ik krijg veel lieve mailtjes van collega’s. En de dames (en heer) uit “mijn” flexgroep (mijn werkfamilie) maken de dag mooi door over van alles en nog wat te kletsen. Om 11.30 zwermen ze ineens om me heen. Ga je mee? Uhhm…ok? We lopen naar de andere afdeling en ik denk nog bij mezelf: nu nog een werkoverleg? Het kwartje valt nog niet. Het is druk. Zowat elke collega van meerdere afdelingen staat klaar. En pas dan gaat het lichtje branden. Dit is voor mij…

Bijt op je tong. Je gaat niet huilen. Je gaat niet huilen. Je gaat NIET huilen. Er worden mooie woorden gesproken door mijn manager. NIET HUILEN! Ik krijg een kaart met een cadeaubon. NIET lezen want dan ga je huilen. Ik krijg een mooi cadeautje en pak het uit. Niet huilen…oh fuck it, wie houd ik voor de gek. En dan sta je daar te brullen voor al je collegae. Professioneel Diaan… ik krijg knuffels, handjes en zoenen. Iedereen komt persoonlijk langs. Meer mooie woorden. Adviezen en gelukswensen. Veel mensen spreken de hoop uit me weer te zien. En ik deel die hoop met hun. En dan is het voorbij. Ik maak mijn laatste toelichting in het systeem, log uit en ruim mijn spullen op. Hier en daar nog een knuffel en afscheidsgroet en dan op naar de uitgang. Ik lever mijn druppel in bij onze (“moeder gans”) trafficer en loop met mijn tas naar de uitgang. Alsof het zo heeft moeten zijn kom ik daar mijn 2 “werkzussen” tegen. Ze komen net terug van lunch en we hebben het nog even over de toekomst. Natuurlijk hopen we elkaar na een aantal maandjes weer te zien. En kunnen we de draad weer oppikken zoals we al 2 jaar doen. De tijd  zal het leren, maar we gaan er in ieder geval allemaal voor duimen. Nog 2 laatste knuffels en dan loop ik de felle zon in. Het weer staat in schril contrast met mijn stemming.

Dit is een afscheid van een lange periode. Een periode die leerzaam, leuk, fijn, maar soms ook moeilijk en frustrerend was. Een periode waarvoor ik nog steeds dankbaar ben. Een periode waarvan ik oprecht hoop dat deze nog niet afgesloten is. Dit is echter ook het begin van een nieuwe periode. Een nieuw begin. De verwelkoming van een nieuw gezinslid. Onze zoon. Er kan binnenkort een nieuwe titel op mijn CV. 

Dus vaarwel Brabant Water. Bedankt voor alles. Bedankt lieve Collega’s en hopelijk zie ik jullie snel weer!

En Hallo nieuwe functie. Een functie die ik de rest van mijn leven uit zal voeren. Voor deze functie heb ik nog geen ervaring. Wordt ik in het diepe gegooid. Maar een uitdaging ben ik nog nooit uit de weg gegaan dus kom maar op! Ik ga beginnen met een nieuwe functie. Een functie met ENORM flexibele werktijden. Met een takenpakket waar je u tegen zegt. Met gigantische verantwoordelijkheid. De meest dankbare en tegelijkertijd onderbetaalde functie ter wereld…

 ❤   Moeder ❤

De dingen die ik meemaak: Treintafrelen.

Ik maak nog wel eens wat mee. Dingen die een hoog “what the fuck” gehalte hebben. Ik wil een aantal van deze dingen graag met jullie delen. Deze specifieke verhalen hebben allemaal te maken met het reizen met het openbaar vervoer. In mijn geval: de trein!  

Op werkdagen sta ik om 5.45 op, doe mijn ochtend ritueel en ga ongeveer 6.40 van huis weg. Ik rij met de auto naar het station en ga vanaf daar met de trein naar mijn werk. Zo ook een aantal weken geleden. Even voor jullie informatie: ik ben geen ochtendmens. Zal het waarschijnlijk ook nooit worden (ik hoop zo dat mijn zoon dit van me overneemt, zijn vader is namelijk precies hetzelfde) ik heb dan ook altijd ff tijd nodig om wakker te worden en “op te starten” voor de werkdag begint. Meestal is dat aardig gelukt als ik uit de trein stap. Zolang er niet tegen me gepraat wordt 🙂 ik stap de trein uit en loop naar de roltrap. Ik ben nog niet boven of een man in een felgeel veiligheidshesje verspert mijn weg. Ik kijk met 2 lodderige ogen op en op dat moment bijt de man me toe: is die fiets van jou? Het kwartje valt niet. En ook echt totaal niet. Ik kijk de man aan en twijfel. Ik kijk achter me. Nee, hij heeft het echt tegen mij. Met veel moeite uit ik mijn eerste woorden van die dag. Ehhm… ik ben met de trein. Duh! Thank you captain obvious! Wat volgt is de meest zinloze discussie ooit 

Ik: ehhm…ik ben met de trein

Man: ja want die fiets mag hier niet staan.

Ik: ok, maar die fiets is niet van mij

Man: het is verboden om hier een fiets neer te zetten.

Ik: dat begreep ik al, maar hij is niet van mij

Man:…

Ik: probeert weg te lopen

Man: (zijn stem ineens wanhopig) die fiets moet weg hier!

Ik: (draai me om) heeft u het nog steeds tegen mij?

Man: hij staat in de weg

Ik: wat wilt u dat ik eraan doe?

Man: ik kan zo mijn werk niet doen

Ik: dat is vervelend, maar wederom; het is niet mijn fiets

Man: maar het is verboden.

Ik: meneer laat ik het samenvatten voor u; ik kom net uit de trein, zonder fiets. U klampt mij aan over die fiets, die niet van mij is. U kunt uw werk niet doen, maar houd wel mij al 7 minuten gegijzeld om te bazelen over een fiets die niet van mij is. Ik zou ook graag mijn werk willen gaan doen. Dus gooi die fiets aan de kant, pleur hem op het spoor voor mij part, maar doe iets. Zo kunt u uw werk doen, en ik het mijne. Ok?

man: stapt langzaam aan de kant met een verbaasde/verschrikte blik op zijn gezicht

ik: een hele fijne dag nog!

Man: zegt niks, staart en na een seconde of 30 zwaait hij naar me.

 Pas als ik op het werk aankom overvalt de bizarheid van het gesprek me. Ik ben gewoon rustig gebleven, maar het feit dat de man me nazwaaide doet me wel glimlachen.
Volgende situatie: wederom in de trein. Ik zit op een 4 persoonsplek als er een meisje schuin tegenover me gaat zitten. Ze heeft een groene headset op. Ze pakt een laptop en klapt deze open. De headset zit in haar telefoon geplugged die ze naast haar laptop vasthoud. So far so good. Ik lees mijn laatste emails en stop mijn telefoon weg. Ik kijk naar buiten. In de ruit zie ik de weerspiegeling van mijn medepasagiers. Zo ook met laptopmeisje. In de ruit zie ik haar headset. Een groene. Daaronder lopen 2 draadjes. Een groene en een blauwe. Ik frons mijn wenkbrauwen en kijk naar het meisje. 1 draadje, van haar headset naar haar mobiel. Een groene. Ik kijk terug in de ruit. 2 draadjes. Blauw en groen. Verbaasd over deze optische illusie blijf ik heen en weer kijken. Volledig vergetend dat dit misschien wel heel raar over kan komen. Als ik voor de 12e keer naar haar kijk zie ik dat ze me aankijkt. Haar blik is op zn zachts gezegd vreemd. Alsof ze een enorme biker met 40 kilo overgewicht in een strapless mini-jurkje ziet zitten. In die seconde besef ik hoe ik over moet komen. Ik doe mijn mond open om het uit te leggen, maar op dat moment heeft mijn brein een total meltdown waardoor er alleen een soort van eeerhg uitkomt. Ik krijg een verschrikte uitdrukking op mijn gezicht. Het meisje blijft kalm. Klapt haar laptop dicht, pakt haar tas en staat op. Vervolgens loopt ze (in eerste instantie) achteruit, naar de volgende coupe. Nice Diaan….very nice…

Nog eentje om het af te leren: Ik kon na een dag werken aan op het station, kijk welk perron ik moet hebben en loop naar mijn trein. Achter me hoor ik iemand met een stem á la Vin Diesel een vrolijk wijsje hummen. Die heeft vast een goeie  dag. Ik zoek voor ik instap nog even mijn oordopjes. Terwijl ik dat doe komt de vrolijker hummer voorbij. Ik kijk. En kijk nog een keer. Hij loopt naar de rookpaal. Een ENORME man. Breed, lange baard, onder de metalen sierraden en tatoos. Type Hell’s angel. Dat voorkomen in combinatie met dat vrolijke wijsje. LOVE IT!  Ik denk er verder niet meer over na en stap in. Ik ga zitten en na 10 minuutjes vertrekt mijn trein. Ik ben inmiddels een boek aan het lezen (die oordopjes bleken nog thuis te liggen) als we al even onderweg zijn hoor ik opeens voor me een enorm diepe stem bulderen: vervoersbewijzen alstublieft. Voel je hen al aankomen? Jazeker. De hummende Hell’s angel is mijn conducteur! Dit is echt absurd.  Er zijn zoveel dingen hier die niet “kloppen” met elkaar. Ik heb bijna het vermoeden dat ik in een verborgen camera show zit. Als hij bij mijn zitje aankomt heb ik door al de consternatie mijn ovchipkaart nog niet gepakt. Terwijl ik niet te hard probeer te staren OF in lachen uit te barsten (intern woed een hevige strijd) zoek ik mijn kaart. En terwijl ik dat doe begint deze enorme beer van een vent te zingen. Ja. Echt te zingen. En niet zomaar een liedje. Nee. Hij zingt het liedje van Frankie Valli. Youre just to good to be true. Ik geef hem mijn kaart, hij scant hem al zingend en geeft hem terug met een vette knipoog.

Dit is dus echt een van de redenen waarom ik het leuk vind om met de trein te gaan. Je maakt altijd wel wat mee. Ook vind ik het gewoon prettig om mn handen vrij te hebben op een lange reis. En je kunt een beetje van je af kijken. Maar vooral de mensen die je ziet, hoort en meemaakt maken het reizen meer dan waard. Ik vraag me alleen af of ik nou de enige ben die echt dit soort dingen meemaakt. Hebben jullie nog leuke verhalen over treinreizen?

 

Waarschuwing!

We hebben ze allemaal gezien. De (inmiddels niet meer zo) nieuwe sigaretten en shagpakjes. Ze worden gesierd met enorm ranzige foto’s van allerlei kwalen die deze stinkstokjes kunnen veroorzaken. De bedoeling is duidelijk: mensen dusdanig shockeren dat zij deze “hobby” niet langer zullen beoefenen. Ik rook zelf niet (ook nooit gedaan) maar mijn man helaas wel. Vind ik dit leuk? Nee, absoluut niet. Ik ben echter geen fan van iemand pushen om te stoppen. Ik ben namelijk van mening dat iemand pas echt KAN stoppen als hij/zij dat echt WIL. Zo niet, is de poging gedoemd te mislukken. Desalniettemin wordt ik dus elke dag geconfronteerd met deze onsmakelijke waarschuwingen. Nu ik zwanger ben komen deze extra hard aan. Als er namelijk op zo’n pakje een foto staat van een ieniemini baby met allerlei slangetjes in zijn lijf en de tekst: Roken kan uw ongeboren kind doden, tsja…dat gaat je niet in de koude kleren zitten geloof me maar. Rampscenario’s wervelen door je hoofd. Je partner wordt ernstig ziek. Je partner overlijd. Of tijdens een van de echo’s van je kindje wordt een afwijking geconstateerd. Dit soort dingen houden me ’s nachts wakker. Ik heb er letterlijk nachtmerries van. Al heb ik die nu natuurlijk wel meer. Lang leve de hormonsters…

Sigaretten zijn voor lobbyisten natuurlijk een dankbaar onderwerp. Iedereen heeft er wel een menig over.Uiteindelijk is de regering zich ermee gaan bemoeien. Er wordt gezegd omdat de gezondheid van de bevolking gevaar liep. Zelf denk ik meer dat het met extra inkomsten te maken heeft. De normale prijs voor een pakje sigaretten ligt volgens mij nu tussen de 6 en 8 euro. In Amerika ligt dat zelfs tussen de 10 en 15 dollar. 10 jaar geleden waren die prijzen zowat de helft. Toeval? Ik weiger dat te geloven. Maar dat is niet de reden dat ik dit blog schrijf.

 We worden vandaag de dag doodgegooid met waarschuwingen. Vaak zijn dit de “kleine lettertjes” die iedereen (bewust of onbewust) over het hoofd ziet. Wat is er goed voor ons, en wat niet. Geld lenen kost geld, de schijf van vijf, rood vlees veroorzaakt hartfalen, te veel vet veroorzaakt dichtslibben van de aderen, lopen op hoge hakken is slecht voor je ruggewervel en strakke broeken krijg je spaderen van. Met gezond verstand kom je een heel eind. Over al waar TE voor staat (te veel, te vet etc etc) is slecht voor je. Maar als we al die waarschuwingen moeten geloven mag je helemaal niks meer. Daarnaast heeft elk nadeel zijn voordeel. Rood vlees bevat enorm veel ijzer, wat weer goed voor ons is. Bepaalde vetten hebben wij nodig voor de opname van vitaminen. Ook is een bepaalde vetsoort  noodzakelijk voor de instandhouding van het immuunsysteem. Het dragen van hakken blijkt een goede oefening te zijn voor je bekkenbodemspieren. Uit onderzoek blijkt ook dat je kuit en bovenbeenspieren strakker getraind worden door op hoge hakken te lopen. Gaat dit nog leiden tot een bepaald punt ga je nu denken?

 Dat was wel de bedoeling 😄 Ik ben van mening dat mensen zich in de huidige wereld heel erg laten leiden door allerlei opgelegde regeltjes. Begrijp me niet verkeerd, regels zijn noodzakelijk. in bepaalde mate dan. Als jij je leven laat leiden door opgelegde regels m.b.t. het voedsel dat je eet, het drinken dat je drinkt, de sporten die je (wel of niet) uitvoert, de vrienden die je (wel of niet) behoort te hebben, de kleding die je (wel of niet) draagt. Werkt het voor jou? Maakt het je gelukkig? Dan: be my guest. Maar doe je die dingen omdat je ze wil, of omdat een of ander onderzoek zegt dat het beter voor je is. Leid je dan je leven, of lijd je je leven?

Mensen gaan volledig op in de volgzame natuur de ze lijken te hebben. Net als schapen zijn mensen kuddedieren. Zet 50 man in een groep en laat er èèn paniek zaaien, dan kun je er donder op zeggen dat binnen de kortste keren het grootste gedeelte hysterisch is. Voor jezelf denken lijkt niet meer te gebeuren. Gemiste kans nummer zoveel… 

Leid je leven. Zoals dat voor jou goed lijkt. Geniet van de kleine dingen. Lach, heb lief, praat, huil, voel. Staar je niet blind op wat anderen zeggen dat goed voor je is. Informeer jezelf, maar wees ook degene die zelf de keuzes maakt. En als je dan toch een goed advies volgen wil: begin maar nooit met roken, of stop ermee als je het al doet. Het leven is al zo kort, of deze kostbare tijd dan te hullen in een (letterlijk) stinkende walm, dat moet je niet willen. Toch? 😉😉

Gastblog op Christa Schrijft

Er zijn dingen in het leven waar je graag inspraak in zou willen hebben. Dingen waarvan we denken, dat kan beter! Dingen die veel plezieriger zouden zijn als we onze eigen draai aan zouden kunnen geven. Belasting betalen is er een van. Of wet en regelgeving omtrent boetes in het verkeer. En wat te denken […]

via Diana | Als we toch eens mochten kiezen… — Christa Schrijft

Tegen elk aannemelijk bod.

Marktplaats. Een oneindige stroom aan tweedehands (en nieuwe) spulletjes. Van ledikantje tot rollator en van wandelstok tot wipstoel. Je kunt er alles vinden.

marktplaats

Ik moest daar vannacht aan denken, toen ik weer eens een van mijn middernachtelijke wakker-zonder-reden-sessies had. Ik had de grootste lol bij het bedenken van marktplaats advertenties voor, laten we zeggen, ongebruikelijke “artikelen”. Je kunt er immers alles verkopen, dus waarom dan dit niet? Eens kijken of ik de volgende dingen “aan de man” kan brengen…mp-slapeloze-nachtenmp-koude-voetenmp-emoties

Als er iemand interesse heeft hoor ik het graag. Reactie zullen per ommegaande beantwoord worden. ruilen is mogelijk, zolang het maar een goeie deal is.

En dan nu verder met de orde van de dag. het babykamertje is bijna klaar. ledikantje, commode en kast staan er. Evenals de schommelstoel. en daar zit ik nu dagelijks. met een mok thee en een goed boek. feitelijk te wachten. Te wachten tot mijn mooie kleine mannetje eindelijk in zijn eigen bedje ligt. in zijn eigen kamertje, zijn eigen huis, bij zijn eigen papa en mama en zijn hondenbroerje en -zus.

Nog maar 13 weken en 4 dagen. Ik ben er klaar voor!

 

Wat ze er niet bij zeggen…

Zwangerschap. Een periode vol mooie ervaringen. De eerste keer dat je je kindje voelt, het gevoel dat er een mini persoontje in je lichaam groeit. De zwangerschaps-gloed. Allemaal leuk. Allemaal…. Yeah right. En dan nu ff terug naar de werkelijkheid. Waarschuwing: dit is geen verhaaltje over alle leuke dingen tijdens de zwangerschap. Dit blog gaat over de ruwe werkelijkheid. De minder leuke dingen. De pijn. De gêne. De awkwardness. De dingen waar niemand over praat. Die niet terug te vinden zijn in alle zwangerschaps-folders. De dingen die niemand je verteld!

sssst

Dat je bijvoorbeeld het karakter van psychopathische schizofrene serialkiller krijgt. Je gaat sneller van lachen naar kwaad zijn dan een Ferrari van 0 naar 100 km gaat. Een normale reactie gaat dan ongeveer zo: wat een leuke grap: ha-ha-dit-slaat-nergens-op-ik-wil-je-voor-je-kop-slaan-maar-hou-van-je-wat-ben-je-irritant.

Dat je borsten enorm pijnlijke worden. Zo erg dat het voelt alsof er een 18 tonner over je meisjes walst iedere keer dat je verkeer ligt in bed. Normale bh’s voelen als middeleeuwse martelwerktuigen en rare jeuk op de meest onmogelijke tijdstippen (onder werktijd, in de trein, in de wachtrij bij de kassa) want dan kun je lekker niet krabben. En zelfs al zou je dat wel kunnen, doe je het niet want.. auw!

Dat je naast het uitpersen van een volledig mini-mensje tijdens je zwangerschap ook meerdere malen de twijfelachtige eer hebt om lange tijden door te brengen op “het kleinste kamertje”. Dit alles omdat je lichaam besluit in deze chaotische 9 maanden clusters stenen te produceren. Deze mag jij dan vervolgens je lichaam uit escorteren met een ritueel wat nog het meest lijkt op een exorcisme. Daarna ben je het gevoel in je benen kwijt, ben je uitgeput en voelt het alsof je geen kont meer hebt. Alleen een groot gapend zwart gat. Zitten is problematisch. Lopen kun je even niet neer normaal. En in gedachten zul je nooit meer fatsoenlijk kunnen poepen. Niet dat je dat nog wil, na dat hele drama. No Thank Youuuuu!

Dat je de controle over je blaas niet meer in eigen hand hebt. Je bent hem niet kwijt ofzo. Maar op bepaalde tijden besluiten deze spieren gewoon te zeggen: fuck it, doe het zelf maar! Het is niet erg genoeg dat je toch al een doorlopend abonnement had het toilet. Nee hoor. Ondanks dat je tientallen keren per dag in dit hok aanwezig bent, en als een soort van nerveuze chihuahua daar je blaas leegt. Vooral s ’nachts lijkt je blaas te knappen, maar elke keer weer komt er misschien een half theekopje uit. En ondanks deze niet stopbare gang van zaken. Ondanks deze mars-der-zwangeren. Ondanks deze miniatuur marathon van blaas ledigingen, zegt deze regelmatig: weet je wat? Nu even niet. I’m out *dropsmicrophone*. En dus, is je lijf soms gedegradeerd tot dat van een 80+ jarige. Niezen, lachen, onverwachte bewegingen. Niks is meer veilig. Inlegkruisjes worden je beste vriend. En dan ben je nog niet eens in de buurt van je menopauze…

Nog zoiets: de opbouw van lucht (ik wil het echt liever geen gas normen) is echt achterlijk. Je voelt je toch al continu een soort van walvis op het droge, maar met al die extra lucht in je lijf wordt dat nog erger. En ja, laten we eerlijk zijn, die lucht moet er ook weer uit. We zijn allemaal volwassenen hier dus weten dat die lucht voor het grootste gedeelte niet aan de bovenkant eruit komt. En wederom, alsof je lichaam het weet, wil die lucht altijd je lichaam verlaten op de meest gênante tijden (zie 3 alinea’s terug) want je bent je al niet bewust genoeg van je enorme lichaam en alle processen die daarin afspelen. Nu moet je ook dat gedeelte nog krampachtig in de gaten houden. Heel fijn allemaal…

Lekker slapen kun je ook wel vergeten. Hoe groter je kindje groeit, hoe lastiger het voor jou als bijna mama wordt om een goed standje te vinden om lekker te liggen. Je bouwt een nest (letterlijk), met 1200 kussens, om het toch te proberen. Op je zij, met een kussen tussen je benen, een kussen onder je buik en een achter je rug. Ja zo lig ik lekker. Dan ga je gaat 2 millimeter verliggen. Nope. Dit is hem toch niet. Dan begint het oh zo charmante omdraai-ritueel (door de dames in de zwangere walvissenclub ook wel “liefkozend” koe-kantelen gedoopt) dat gaat gepaard met een hoop gekreun, gepuf en gedoe. Als je dan eindelijk een soort van comfortabel standje gevonden hebt en je eindelijk in slaap kunt vallen, wordt je vervolgens 2 uur later wakker met tintelende armen, krampen in je benen en het gevoel dat je blaas op knappen staat. Als je dan de plas marathon weer uitgevoerd hebt kan het hele ritueel weer van voor af aan beginnen. Elke. Nacht. Weer.

Dit is natuurlijk de hele beleving zoals ik hem meemaak. Elke vrouw is anders, elke zwangerschap is anders. Sommige hebben het geluk om echt 9 maanden op die roze (of blauwe) wolk te zitten. En sommige vrouwen hebben “kwalen” waarbij de eerder genoemde verbleken. Het is prettig om te kunnen ventileren. Bij manlief, bij vrienden. Even kwijt kunnen dat het soms allemaal teven teveel wordt. Ongegeneerd en ongecensureerd klagen. Ook dat is echt een noodzaak.

Ondanks al deze kwalen, ondanks de pijn, de gêne en de algehele awkwardness. Ondanks dat alles blijft het natuurlijk een wonder. Er groeit gewoon een nieuw menspersoon in je lichaam. Een optelsom uit de liefde tussen 2 mensen. Een kindje. ONS kindje. Onze zoon. En het vooruitzicht om hem in mijn armen te kunnen sluiten maakt alles draaglijk. Soort van. Nog maar 15 weken te gaan. Misschien minder. Misschien meer. De toekomst zal het leren. Tot die tijd puf, steun en kreun ik verder. En ik deel mijn misère. Ter info voor alle vrouwen die nog zwanger gaan worden, zodat ze weten wat er eventueel nog kan gebeuren tijdens deze periode. Maar vooral ter vermaak. Leedvermaak misschien. Want soms kan ik er ook de humor wel van inzien. Dan kan ik er heel hard om lachen. Net zo hard als de enorm harde scheten van ons hondenkind Bo. En met humor wordt alles beter. En dat maakt de algehele situatie een stuk zonniger. Humor is een goede remedie. En dat is iets wat je ook niet terugvind in al die zwangerschap folders. Dus bij deze. Youre welcome!

laugh-about-it

 

Gastblog: Geloven in opvoeding

Het is doldwaze dinsdag en mijn lieve gastblogger Diana neemt jullie mee in weer 1 van haar ‘struggles’ van een mama to be! Nu “de” datum steeds dichterbij komt, ga je nadenken over allerhande dingen waar je misschien anders niet zo snel aan zou denken. Gastouderschap, en willen wij dat wel? Kinderen en huisdieren. […]

via Diana vertelt | Geloven in opvoeding — Christa Schrijft

Worst case scenario…

Vannacht was het weer zover. Wakker liggen na het plassen omdat je ineens aan van alles moet denken. Dit keer was het de risico’s bij bevallen. Want in die nachtelijke pieker-sessies denk ik nooit aan “simpele” dingen als spataderen, aambeien of striae. Neeeeeee, het moet altijd gaan om veel heftigere dingen als dat. Dit keer moest ik denken aan het ultieme risico. Vandaag de dag zijn de risico’s veel minder want de zorg is gewoon beter, maar wat als je de bevalling niet overleeft?

questionmark

Heel heftig allemaal, en misschien ook raar om aan te denken, maar helaas werkt mijn brein nou eenmaal zo. Ik ben een ongelooflijke controle-freak. Ik plan het liefst alles. ALLES! Nou weet ik heus wel dat dat niet altijd gaat, maar voor zover geeft het me rust om het bij zo veel mogelijk dingen te doen. Het is niet dat ik paniekaanvallen krijg als het even misloopt. Maar ik kan er toch flink van balen. Gezien deze eigenschap ging ik dus ook nadenken over dit risico. Het bracht me terug naar 2011.

Ik moest toen een grote operatie ondergaan. En bij elke operatie zijn risico’s, zo ook bij deze. Ik heb er niet lang over na hoeven denken. Er moest het e.e.a. “op papier” komen. Mijn gedachtegang was namelijk heel simpel. Voor mij zou het, als het mis zou gaan, over zijn. Ik zou er niet meer zijn. Maar hoe zat het met de mensen die ik achterliet? Ik heb toen als allereerst mijn uitvaartverzekeraar gebeld en een afspraak gemaakt. Ik wou namelijk dat alles geregeld zou zijn. Toen deze consulent op een avond langskwam hebben we alles besproken. Mijn hele uitvaart tot in de puntjes geregeld. Dat bracht nogal wat hilariteit teweeg. Wist je namelijk dat je kunt kiezen uit een soort van “meegroei-doodskist”? Dat is serieus een kist die je in je leven als boekenkast kunt gebruiken. Nadat je overlijd kun je deze boekenkast dan “ombouwen” tot een doodskist. Wow right? Daar heb ik wel echt even over moeten lachen. In deze afspraak hebben we dus eigenlijk mijn hele uitvaart op papier gezet. Muziekkeuze, soort dienst, koffietafel of niet, speciale dingen noem maar op. Mijn toenmalige partner vond het raar en luguber, mij gaf het rust. Ik wist immer dat ik mijn nabestaanden niet opzadelde met deze keuzes. Zij hoefden als het zover was alleen nog maar te rouwen, op hun eigen manier. De rest was gewoon geregeld.

Daarnaast heb ik wat brieven geschreven. Aan mijn ouders, zus, neefje, vrienden en toenmalige partner. Wat er precies in deze brieven stond hou ik even voor me. Maar deze brieven waren enorm zwaar voor mij om te schreven. Het was namelijk alsof ik afscheid nam van de mensen waar ik het meest van hield. De brieven waren persoonlijk, warm, vol liefde en dankbaarheid. Het was voor mij erg belangrijk om deze mensen te laten weten dat zij belangrijk voor mij waren. Dat ik van ze hield en wat zij voor mij betekend hadden. Dat zijn namelijk dingen die in het dagelijks leven niet altijd hardop gezegd worden. Maar zeker niet onbelangrijk zijn. Ik heb enorm gehuild bij het schrijven van deze brieven. Ik had inwendig letterlijk pijn omdat het afscheid zo echt leek. Ondanks deze pijn was deze ervaring heel (bij gebrek aan betere bewoording) zuiverend. Ik heb de brieven in een grote enveloppe gedaan en een instructie dat deze brieven aan de geadresseerde afgegeven moesten worden mocht de operatie verkeerd aflopen. Het moment dat dat gebeurd was, was de opluchting enorm. De druk op mijn borst en schouders was meteen weg en het verdriet ook. Het was goed zo. Mocht het misgaan, dan zouden de mensen die belangrijk voor mij waren weten wat ze voor mij betekenden. Mijn geliefden hoefden niets meer te doen. Alleen de herinnering aan mij levend houden. Tenminste, dat was wat ik hoopte.

We zijn inmiddels 6 jaar verder. De operatie is prima verlopen. Ik leef een nieuw leven. Er zijn mensen “vertrokken”  en er zijn geliefden bij gekomen. En nu de volgende mijlpaal. Ik wordt moeder! Een spiksplinternieuw leventje waar ik voor moet gaan zorgen. Een enorme verantwoordelijkheid. Maar desalniettemin kijk ik er enorm naar uit. En toen begon het dus vannacht weer te kriebelen. Want…wat als het misgaat?

Ik besef dat dat misschien negatief, raar of luguber klinkt. Voor mij is dat echter niet zo. Ik wil gewoon zeker weten dat ik de dingen goed “achterlaat” mocht het misgaat. Begrijp me niet verkeerd: daar hoop ik absoluut niet op, verre van! Maar het geeft mij enorm veel stress om te bedenken dat mijn geliefden, als ik wegval, zoveel dingen moeten regelen. Dat wil ik niet. Ik kan niet alles regelen, maar de dingen die ik wel kan doen, doe ik dan ook. Ik zie er ook geen probleem in. Ik doe er niemand kwaad mee, ontlast er juist anderen mee en het geeft mij rust. Win-win-win toch?

Dus binnenkort mijn uitvaartverzekeraar maar weer eens langs vragen. En dan de loodzware taak om brieven te gaan schrijven. Want ja, ook dat ga ik weer doen. Ik kijk er niet naar uit dat te doen, maar weet hoeveel het me op zal leveren. En als dat gedaan is kan ik dit uit mijn gedachten zetten. Weer over tot de orde van de dag en gaan genieten van het groeiende wonder in mijn buik. Me verheugen op de eerste keer dat ik hem ga zien, en het leven dat wij, met al onze geliefden, gaan leven. Want het leven, met al zijn ups en downs, is prachtig en wonderschoon. En ik ben van plan er met een rotgang van te gaan genieten!

la vie est belle.PNG

Zwangerschaps perikelen

Lang leve de zwangerschap! Een magische periode. Een periode vol verwondering, plezier en hoopvolle verwachting. Maar ook angst, boosheid en irritatie. En een enorme hoeveelheid WTF momenten.

Op dit moment zit ik op 23+4 en ik wil jullie graag meenemen in een aantal van deze momenten. Op het moment dat ze gebeuren irriteren ze me vooral, als ik er later op terugkijk kan ik er echter wel smakelijk om lachen. Lachen is gezond en ik ben een ferme gelover van “spread the joy” dus…here we go!

20160702_122828

Op je werk nota’s willen uitprinten. Je kruipt achter de pc en loopt daarna naar de printer. Je meld je aan en dat ding vind niks. WTF! Je loopt terug en kijkt de nota’s na. Klopt allemaal. Weer terug naar de printer. Aanmelden. Weer niks! Op het moment dat je bijna de kap van de kopieermachine naar de eeuwige printervelden wil sturen herinner je je opeens: je hebt nu 2x de nota’s opgeslagen, maar heb je ook op printen geklikt?? Die walk of shame is nog nooit zo lang geweest…

Je gaat vroeg naar bed. Moet er de volgende dag weer op tijd uit. Je leest nog een hoofdstuk uit je boek (even een rustmomentje) Legt daarna het boek weg, legt je kruikje nog even lekker tegen je pijnlijke rug en kruipt, zo pijnloos mogelijk, weg onder je dekens. Vervolgens sta je zowat elke 2 uur weer naast je bed omdat je moet plassen. Als je dan eindelijk echt lekker slaapt, schrik je vervolgens rond een uur of 4 volledig overstuur wakker omdat je (get this) in je slaap (!) Besefte dat je je wekker niet gezet had. Snel zet je je wekker en gaat opnieuw liggen. Waarna je hersenen doodleuk besluiten overuren te gaan maken door allerlei rampscenario’s door te gaan nemen. Toedeloe resterende slaap…

Je gaat boodschappen doen. Op dit moment heb ik weer enorme last van mn rug (dat wordt linea recta terug naar de fysio) en natuurlijk ligst het meerendeel van wat je nodig hebt allemaal onderop. Nou ben ik “gezegend” met een goeie dosis niet-op-mn-mondje-gevallen-zijn dus vraag ik gewoon aan de eerste de beste die ik tegenkom of deze persoon even de geraspte kaas voor mij kan pakken omdat ik niet bukken kan. De meest voorkomende reactie is dat mensen je letterlijk van top tot teen opnemen en dan argwanend aankijken. Ja halloooo ik ben niet gewoon dik, ik ben zwanger ja! Vervolgens kom je bij de kassa en moet je al je artikelen ook nog uit je mandje vissen. En zo’n winkelmandje is ook best nog laag. Met een van pijn vertrokken gezicht ga je aan de slag, maar snel gaat het niet. En dat terwijl je achter je hoort zuchten. Je negeert het maar het zuchten blijft doorgaan. Dan komen de hormomen opzetten. En dat kan twee kanten opgaan. Gelukkig voor mij is het dit keer de juiste. Ik barst NIET in tranen uit maar kijk met mijn meest geirriteerde blik achterom naar een meisje wat niet ouder kan zijn dan 16. Ik vraag haar: is er een probleem? Ze kijkt me verbrouwereerd aan en mompelt nee. Waarop ik antwoord: mooi! Ik was al even bang dat je, net als ik, 23 weken zwanger was en je voorttijdigse weeen kreeg met dat gepuf van je. Fijn dat alles in orde blijkt. Ik draai ne om en heb, in mijn hoofd, een enorm overwinningsfeestje. Zelfs de cassiere kan haar lachen niet inhouden. Im on top of the world! Nog net niet dansend loop (of liever gezegd waggel) ik naar de auto. Ik zet mn boodschappentas op de motorkap en pak de autosleutel. De volgende scene moet je in slow motion zien. De sleutel glipt uit mn vingers, halverwege probeer ik de sleutelring nog te pakken, maar het is te laat. De sleutels vallen op de grond. En daar blijven ze liggen terwijl ik ernaar kijk alsof ik net een veldmuis heb zien bevallen van een neushoornbaby. Daar sta je dan. Weg overwinningsgevoel. En natuurlijk is er op dat moment geen enkele levende ziel te bekennen. Ik heb dus 10 minuten in de vrieskou staan wachten tot er eindelijk iemand langskwam die de sleutels voor mij op kon pakken. Waarna je als een halve idioot die dingen zo stevig vasthoud dat ze een afdruk achterlaten in je handpalm. Vervolgens rij je bijna weg met je boodschappen nog op de motorkap. Just another day in the life thats mine…

En dan zijn er nog de “standaard” dingen. Vergeten waarom je nou ook alweer naar de keuken ging. Iedere keer weer die ene boodschap vergeten op te schrijven. 3x teruglopen naar je auto omdat je toch niet zeker bent dat je hem afgesloten hebt. ’s Ochtends vroeg worstelen met aantrekken van je schoenen omdat je pas na 5 min begrijpt dat je je linkerschoen aan je rechtervoet wil doen. Ik ben al zeker 4 keer bijna van huis gegaan zonder shirt (die positiemode zit zo hoog dat ik mn shirt gewoon vergat, en het pas doorkreeg toen ik mn jas aandeed, want dat is dan wel enorm koud!) Vergeten waar je je telefoon neergelegd hebt (heb m meestal op stil dus dan is vinden vrij lastig) maar hem dan uiteindelijk wel op de meest achterlijke plaatsen terug vinden. Eervolle vermeldingen zijn daarbij: het toilet, IN een la (Dafuq), onder de tafel (hoe dan?) En in de vriezer (don’t ask)

Verder is er nog het te pas en onpas in slaap vallen op allerlei plekken, maar vervolgens ’s nachts geen oog dicht kunnen doen. Overdag rust in je hoofd hebben en ’s nachts wakker liggen omdat je hersenen ineens ALLES de revue willen laten passeren. En het huilen om de meest random dingen. Liedje op de radio? BAM! Tranen. Reclame op tv? BATS! Sluizen gaan open. Cartoon in de krant? HOPPA! Tsunami Diana. Om moe van te worden. Je houd het namelijk ook niet tegen. Op geen enkele manier. En geloof me, niets is zo awkward als moeten huilen in een volle trein of in de auto. Vooral niet als je net bij een stoplicht staat. Het is alsof mensen het ruiken, normaal ga je prima op in de menigte, nu steek je uit als een zere duim, IEDEREEN kijkt naar je. Soms denk ik erover om gewoon altijd een bordje mee te nemen waarop staat: geen zorgen, ik ben alleen maar zwanger. Of misschien wel: pas op! Hormonale bijna-mama. Staren op eigen risico.

Maar ach. Ook dit gaat (hopelijk) weer over. En tot die tijd, hoop ik er in ieder geval andere mensen nog mee aan het lachen te krijgen. Spread the joy hé. En het leven is al serieus genoeg toch? Geniet van elke dag mensen want: Every day is a gift!

yesterday-today-tomorrow

Wat als…

 

 

what-if-1

Wat als je kindje blind geboren wordt? Hoe ga je hem kleuren uitleggen? Blauw is als ijs in je mond en rood is als de warmte van een vuur. Hoe omschrijf je de schoonheid van een zonsondergang, een sneeuwdeken op de velden, de woestheid van de golven aan de kust in de herfst?

Wat als je kindje doof geboren wordt? Hoe maak je duidelijk wat muziek met je kan doen. De emotie die een bepaalde tekst teweeg kan brengen, wat een ritme met je lichaam kan doen. Hoe vrolijk je kan worden van keihard meezingen. Hoe een lekker ritme je hele dag kan veranderen.

Wat als je kindje geboren wordt met een ernstige vorm van autisme? Wat doe je als knuffelen niet mogelijk is. Als je je kindje niet kan troosten als hij dat nodig heeft. Als dingen als ik hou van jou, ik ben trots op jou en je hoef niet bang te zijn, niet aankomen? Als de zekerheden die jij je kindje geven wil, niet als zekerheid gezien wordt?

Wat als je kindje geboren wordt en nooit kan leren lopen? Hoe ga jij (en hij) om met het feit dat hij nooit zal rennen met zijn vriendjes. Nooit klimmen op het klimrek, nooit koppeltje duiken, Nooit een balletje trappen, skiën, fietsen. Wat als hij op latere leeftijd het vermogen tot lopen kwijtraakt? Denk je eens in wat voor een ongeloof daar bij komt kijken. De woede, de angst, het verdriet. En jij kan daar niets aan doen. Je kunt dit niet oplossen. Er is geen wondermiddel.

Ik weet dat dit allemaal doemscenario’s -zijn. Stuk voor stuk angsten die (nu ineens) steeds boven komen drijven. Ik weet ook dat deze scenario’s kort door de bocht zijn. Deze scenario’s zijn zeker niet het einde van de wereld. Er zijn wel ergere dingen in de wereld. Er zijn genoeg vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen, of hun kindje na korte tijd alweer verliezen. Verschrikkelijke dingen die gebeuren kunnen in deze grote boze wereld.

Wat ik meer bedoel is dat je op heel veel dingen geen invloed hebt. Je wilt het allerbeste voor de kindje. En je doet je stinkende best om dat voor hem te creëren. Je eet en drinkt 9 maanden geen dingen die schadelijk zijn voor je kleine, hoe erg je daar ook zin in hebt. Je maakt je huis op orde, geen gevaarlijke stoffen binnen handbereik, alle scherpe dingen opgeborgen. Je waakt de eerste 9 maanden dag en nacht als een havik op seintjes dat je lichaam geeft. Na 9 maanden doe je hetzelfde met het kleine hummeltje dat nu in zijn eigen bedje ligt. Je geeft je leven, waar nodig, voor zijn  veiligheid. Alleen soms…heel soms is dat niet genoeg. Soms kun je alles doen wat in je macht ligt, en dan NOG kan het misgaan. Dat is niemand zijn schuld. Dat is het lot. En het lot is soms wreed. Je kunt jezelf gek maken door daar steeds weer over na te denken. Dat verandert niets. Afgezien van het feit dat je jezelf gek (of gekker) maakt. Het is erg beangstigend, maar misschien is het gewoon beter om die situatie te bekijken ALS die ooit spelen gaat. En je vooral gezegend te voelen met alles wat je nu al hebt. Want veel van deze dingen worden veel te veel als vanzelfsprekend gezien!

Wat als…je kindje blind, doof, stom, gehandicapt of autischtisch geboren wordt? Wat als je kindje niet (naar sociale maatstaven) gezond te wereld komt? Wat dan?

Eerlijk gezegd? Ik heb geen idee. Maar wat ik wel weet is dat ik onvoorwaardelijk zal houden van dit kleine mannetje. En die liefde zal ik hoe dan ook met hem delen, op welke manier voor hem dan ook mogelijk is. En de rest? Dat vogelen we gaandeweg wel uit. Dat gaat vast goedkomen. Dat fixen we wel “even”. Stapje voor stapje. Samen.

what-if-2

(On)tevreden met mijn lijf.

Het vrouwelijk lichaam. Een krachtig iets. Het kan veel verduren. In staat nieuw leven te laten groeien. Dat nieuwe leven te voeden en verzorgen. Mooi in alle verschillende vormen, maten en kleuren die er zijn. En dan is er mijn lichaam…

Mijn lichaam heeft veel te verduren gehad. Onder het mom van: What doesnt kill you, makes you stronger, zou dat moeten betekenen dat ik mee kan doen aan de sterkste vrouw van Nederland. Zo’n 6 jaar geleden woog ik nog 170 kilo. Na een heel medisch traject en een gastric bypassoperatie is dat gelukkig niet meer zo. Daardoor heb ik natuurlijk wel een overschot aan huid. Ik heb lang en hard nagedacht over een tummy-tuck. Dat zou me zeker weer 2 maten schelen! Mijn insteek was echter ook dat ik nog moeder wou worden. Al die strakgetrokken huid zou dan weer uitpuilen waardoor zo’n plastische ingreep eigenlijk voor niets gedaan is. En daarnaast wordt een plastische ingreep ook niet zomaar vergoed, en €15.000 aftikken, dát zou toch lichtelijk problematisch zijn.

En dan wordt je zwanger. Alle ideeën die je daarbij hebt. Die zwangerschapsgloed. Het fijne gevoel dat je krijgt bij het omhelzen van je mooie zwangere buik. Het zijn dingen waar ik al lang over gedroomd heb. Alleen liep dit alles bij mij niet van een leien dakje. Ik schreef al eerder over mijn eerste trimester en alle klachten die ik daarbij had. Maar alle moeheid, alle pijn, alle emotie, valt in het niet bij hetgeen waar ik me het meeste aan erger. Hetgeen waar ik altijd naar uitgekeken het. Hetgeen wat voor mij synoniem staat voor een zwangerschap. Een mooie bolle buik, of in dit geval…het ontbreken daarvan.

Ik zit nu op 18+4 (weken/dagen) en hoewel mijn buik echt wel zichtbaar is, bol is hij bij lange na niet!

En dat irriteert me enorm. Daarnaast maakt het me verdrietig. En Boos. En onzeker. Lang leve de hormonen right? ik snap gewoon niet hoe er al 18 weken (130 dagen) een mini-mensje in mij kan groeien, zonder dat de (voor een zwangerschap kenmerkende) ronde buik zichtbaar is. Hoe is dat mogelijk? Een mini-me, met armpjes en beentjes, handjes en voetjes, alles erop en eraan. En ik zit nog steeds met hetzelfde lijf. Het is oneerlijk…

Een aantal dagen geleden ben ik begonnen met de toekomstige kinderkamer uitruimen. Ik kwam een oud schetsboek tegen waar ik vroeger in tekende. Ik vond de (onderstaande) 2 schetsen terug.

 

DAT was toen al mijn idee bij zwangerschap. Let even niet op het ontbreken van gezichten (daar ben ik nog steeds slecht in) of de kwaliteit van de schetsen, dat is even onbelangrijk (en gelukkig heb ik nooit de pretentie gehad een kunstenaar te zijn hahaha) Wat overduidelijk is in deze schetsen is de bolle buik en het feit dat de moeder hier liefdevol op reageert. Dat tweede zou voor mij totaal geen probleem zijn. maar dan moet dat eerste zich wel eerst manifesteren!!!

Ik weet dat ik misschien gewoon een beetje te snel wil. Ik ben nog niet halverwege. Maar wel bijna… En ik wil zo graag liefdevol knuffelen met mijn bolle buik. De liefde voor het mini mensje daarbinnen dat zit wel snor. Ik zou echter ook graag die liefde willen voelen voor mijn lichaam. Ik denk dat veel vrouwen een haat/liefde verhouding hebben met hun lichaam. Of misschien ben ik de enige die zo krom denkt. Maar ik kijk echt heel erg uit naar het moment dat mijn buik tonnetjesrond is. Tot die tijd zal ik me ergeren, verdrietig voelen, boos maken en opwinden over het ontbreken van dat laatste stukje van deze zwangerschaps-puzzel. Maar natuurlijk ook verwonderen over dat kleine wondertje in mij. Dat kleine lotje uit de levensloterij. En hoe ik zo gelukkig mag zijn om dit te mogen ervaren.

Brief aan mijn ongeboren zoon.

 

Dag lieve jongen. Op dit moment zit je nog veilig in mijn buik. Ik heb je al wel gezien, je zwaaide naar me. En gehoord, je hartslagje 2x zo snel als die van mij. Maar nog niet gevoeld. Je mama is daardoor soms best onzeker. Ze wil namelijk dat jij veilig bent, goed groeit en gezond groot wordt! Ik wacht dus geduldig van tot je besluit van je te laten “horen”. Dat moment kijk ik al echt naar uit kleintje. Maar neem je tijd. Tot jij er klaar voor bent, zit mama rustig op je te wachten

Je zult het in je leventje nog vaak horen maar ik hou heel veel van jou. Zelfs terwijl ik je nog nooit vastgehouden heb. Je nog nooit in je oogjes gekeken heb. Je kleine knuistje nog nooit in die van mij gehad heb. Mijn liefde voor jou is enorm, en zal ook nooit meer weggaan. Beloofd!

Ik ga heel hard mijn best doen om jou op te voeden als een lieve, respectvolle, behulpzame jongeman. Maar ik ben ook maar een mens. Ik zal fouten maken. Daarvoor zeg ik nu alvast sorry. Soms zullen dingen mislopen, dat is het leven. Maar op die momenten hoop ik dat we saampjes onze schouders eronder kunnen zetten en door zullen gaan. Opgeven is geen optie. Daar ben jij het levende bewijs van!

Ik heb jouw hartslagje op een filmpje. Als ik me wat minder goed voel luister ik daar altijd naar. Jij maakt je mama blij, weet je dat? Ik weet dat ik veel huil op dit moment, maar maak je geen zorgen, meestal zijn dat blije tranen. Emotie tonen is geen zwakte, en laat NIEMAND je ooit vertellen dat dat anders is.

Ik heb lang over jou gedroomd. Op jou gehoopt. En nu mag ik je dan eindelijk gaan ontmoeten. Ik vind het wel een beetje eng hoor. Ik weet namelijk niet of jij mij wel leuk vind. Ik wil in ieder geval dat je weet dat je altijd bij me terecht kan. Je kunt alles met me bespreken. Ik zal er voor je zijn. Als luisterend oor, klankbord of gewoon als je een knuffel nodig hebt. Ik zal jou beschermen met mijn leven, want jij bent het belangrijkste stuk ervan!

Ik hoop dat je ook wat geduld hebt met je mama. Ik kan (net als je vader) erg koppig zijn. Soms zie ik de dingen niet helemaal helder omdat ik overtuigd ben van mijn eigen mening. Laat dat je niet afschrikken. Praat met me. Ik ben niet onredelijk. Saampjes komen we er wel uit. Zolang je maar niet vergeet dat; hoe koppig ik ook ben, hoe boos, verdrietig of teleurgesteld, ik zal altijd van je houden lieverd.

Ik hoop ook dat als je wat ouder wordt je die ene speciale persoon vind waar jij oud mee wil worden. Die ene persoon die je soms wel eens achter het behang wil plakken, maar nooit zonder wil zijn. Dat ook jij de liefde voor een eigen kind mag ervaren. Want laat me je vertellen: het is geweldig! Een beetje eng, want het is heel intens, maar vooral warm, emotioneel en volledig.

Maar je moedertje is weer te enthousiast. Groei jij nu eerst maar eens verder in mama’s buik. Droom mooie dromen. Ontdek nieuwe dingen, terwijl ik muziek voor je draai en je voorlees. Jouw mama zal je beschermen, tegen je praten en vooral van je houden. Onvoorwaardelijk

Destiny

Geloof jij in een lotsbestemming? Dat alle keuzes die je maakt (of niet maakt) ervoor zorgen dat je het leven hebt wat je nu hebt? Dat je gemaakt bent voor dit leven, en alles wat daarbij komt kijken?

Vroeger dacht ik altijd dat ik al vroeg moeder zou worden. Voor mijn 30e al huisje, boompje, beestje. Toen het even net allemaal anders liep heb ik nog geruime tijd gedacht dat ik als 80 jarige alleen achter zou blijven met 60 katten. The crazy-cat-lady die bij de plaatselijke buurtsuper 15 blikjes whiskas en een magnetronmaaltijd afrekent met allemaal kleingeld. Gelukkig is dat er (iig tot zover) niet van gekomen. Als aanstaande moeder moest ik laatst terugdenken aan mijn vroegere schrijf-jaren. Ik schreef van alles en nog wat in een schriftje dat ik altijd bij had. Teksten van liedjes die ik mooi vond. Teksten uit boeken en films. Plaatjes, gedroogde bloemen en gedichten. Er schoot mij iets te binnen en ik ging op zoek. Een half uur later vond ik, lichtelijk geïrriteerd en zwaar bezweet wat ik zocht. Mijn oude schriftje. Ik bladerde erdoor en vond waar ik aan had zitten denken…

Op 14 januari 2005 schreef ik het volgende gedicht:

Welcome in this world, new soul.

So little and yet so grand.

Your sweet blue eyes looking to explore, your little hands grasping to hold.

And your whole beïng , waiting to be loved.

So much pain in this world, will it effect you?

People syealing, starving, murdering, dieïng. And yet you block this all for me to see.

Because when i look at you i feel nothing but love, and hate is just a bad memory…

 

Op 2 november 2008 schreef ik het gedicht “in Dreams”:

I met you again last night. As always you where in my dreams my little one.

Always diffrent and yet always the same. Loving you is not hard at all, because you are my son.

The result of love between 2 people, not in the past or present.

All i can do now is be patient, because i know i’ll meet you in person one day.

And untill then ill keep meeting you in dreams…

 

Ik ben niet zweverig ingesteld. Beide benen op de grond. Maar dit is iets wat ik niet logisch verklaren kan. Het voelt gewoon alsof het zo moet zijn. Alsof die kleine spruit al die jaren “ergens” heeft gewacht. Al die jaren heeft toegekeken. En af en toe eens hallo gezegd heeft in die droomwereld die mijn man en ik gekscherend neverland noemen. En dan nu, na al die jaren, mag ik dit kleine zieltje eindelijk in mijn armen sluiten.

Dit is echt heel speciaal. Waarom? Omdat ik met geen mogelijkheid kon weten wat onze kleine dreumes worden zou. Afgelopen week hebben wij een pretecho ondergaan. Ik heb alleen maar kunnen huilen. Tranen van ongeloof en vooral vreugde. Het voelde vanaf het begin als een meisje…

Ik wordt volgend jaar moeder. En mag dan eindelijk mijn zoon in mijn armen sluiten.

Gedachtengang

Gisteren liep ik van mijn werk naar het station. Terwijl ik liep na te denken over wat ik thuis allemaal moest gaan doen zag ik 3 vrouwen lopen. Gezellig keuvelend met elkaar, warme jas aan, muts op, en alle drie een wandelwagen voortduwend. Onbewust moest ik enorm glimlachen. De lucht rook ineens frisser, het weer leek warmer en de zon kwam door. Dat alles door het besef: over ongeveer 6 maandjes loop ik ook zo!

De wandelwagen is al aangeschaft en staat geduldig te wachten. Het mini mensje in mij groeit gestaag door en buitelt de ganse dag door zijn of haar warme moederschoot. Nu kan ik nog even dromen over hoe het gaat zijn als die kleine er is. Dromen is leuk. Maar wel anders dan de werkelijkheid. Want: misschien wil die kleine wel helemaal niet slapend in de wandelwagen terwijl jij keuvelend met je vriendinnen een stukje gaat wandelen. Misschien huilt hij of zij wel 24/7. Gewoon, omdat het kan. En ineens is daar die twijfel weer. BAM! Kan ik dit wel? Wil ik dit wel? Die vraag is zo beantwoord. Ja ik wil dit wel. Maar waarom dan? Over die vraag denk ik langer na.

Ik heb eerder al geschreven dat ik vanaf jongst af aan al moeder wou worden. Ik droomde er over. Als klein meisje speelde in met poppen. Lekker moederen. Nou is dat natuurlijk ook wel een stereotiep dat in deze maatschappij opgelegd wordt. Wel steeds minder, maar voorheen was het gewoon zo dat vrouwen moeder moesten worden en mannen kostwinnaar. Door deze gedachtegang rees bij mij de volgende vraag: doen wij dingen omdat we ze zelf willen, of omdat ze van ons verwacht worden?

Ik vind dit een intrigerend vraag. Er zijn mensen die jarenlang dezelfde baan hebben, dezelfde relatie en hetzelfde ritme. Gewoon: omdat het verwacht wordt. Je “moet” immers inkomen genereren, sociale contacten onderhouden, je voorbereiden op de toekomst. Huisje boompje beestje. De vraag of ze gelukkig zijn met dit leven is ondergeschikt. Het is dan ook een “enge” vraag want met deze vraag wordt je gedwongen na te denken over leven. Over de keuzes die je hebt gemaakt, of juist niet hebt gemaakt. Het drukt je met je neus op de feiten. Want jij en jij alleen bent verantwoordelijk voor de keuzes die je (niet) maakt!

Het is ongelooflijk eng om zekerheid los te laten. Wat die zekerheid dan ook is. Vast inkomen in een baan die je haat. De geborgenheid in een relatie zonder toekomst. Het ritme van een leven wat je eigenlijk niet aanstaat. Het zijn allemaal voorbeelden. Hoe ontevreden je ook bent over iets, het is angstaanjagend alleen al te denken over het verliezen van dat stukje “zekerheid”. Want als je die zekerheid verliest, wat hou je dan over?

Een aantal jaren geleden stond ik voor die keus. Ik was niet tevreden met mijn gezondheid, mijn relatie en de algehele richting waar mijn leven naartoe liep. Dat is niet een besef wat opeens komt. Dat bouwt zich op. Maar na lang wikken en wegen heb ik wat knopen doorgehakt. Ik onderging een operatie voor mijn gezondheid en de relatie heb ik beëindigd. Ik begon letterlijk weer helemaal op nul. Doodeng, en vooral in het begin heb ik getwijfeld of ik de juiste keuzes maakte. Die twijfel maakte al vrij snel plaats voor trots. Trots dat ik durfde te gaan voor wat ik echt wou. Trots dat ik in mijn eentje mijn nieuwe leven kon gaan vormen. Trots over het feit dat ik die “zekerheid” los kon laten.

Uiteindelijk heeft mij dat het leven gegeven dat ik nu heb. Getrouwd met een man die me als gelijke behandeld. Dichtbij vrienden en familie en een kleine op komst. Om nu terug te komen op de vraag die ik eerder stelde: doen wij dingen omdat we ze willen, of omdat ze verwacht worden van ons? Ik denk dat, zolang je je keuzes maakt op basis van wat goed is voor jou (of jouw leven), dat je er dan wel komt. Als je namelijk je leven leid op basis van wat mensen van jou verwachten. Hoe kun je dan zeggen dat je leven echt van jou is? Je leeft immers naar wat andere mensen voor jou in gedachten hebben.

Het leven is eng. Onbekende dingen, moeilijke keuzes, tegenslagen en verdriet. Als je echter trouw blijft aan jezelf, krijg je er ook veel voor terug. Liefde, verdraagzaamheid, respect, trots, geborgenheid, warmte, humor, de lijst is oneindig. En met dat in gedachten zijn bepaalde vraagstukken misschien ineens minder lastig.

Het leven is eng. Maar ook mooi. Het is niet altijd moeilijk. Het is belangrijk balans te vinden (iets met yin en yang ofzo) advies van de dag: Geniet van de kleine dingen. Lach voldoende. Breng tijd door met de mensen die je liefhebt. Verheug je op dingen die komen gaan. En ik? Ik ga zo met een idiote grijns op mn gezicht over straat. Denkend aan de toekomst. Aan het moment dat ik achter die wandelwagen kan lopen. En of die kleine nou stil is of de boel bij elkaar krijst….dat zien we dan wel weer!

Moeder.

Mensen gaan jaren naar school voor bepaalde titels. Artsen, psychologen, zusters, chefs, banketbakkers, monteurs ga zo maar door. Ikzelf heb jarenlang gestudeerd. Eerst om dierenverzorger te worden en later paraveterinair (dierenarts assistente). Ik genoot altijd van studeren. Het leren, doen en later ontvangen van je diploma als bewijs dat je het echt kan. Vanmorgen schrok ik wakker van een besef. Er is 1 titel waar je niet voor kunt studeren. Er is geen boek met theorie, geen praktijkopdrachten. Geen huiswerk wat je van tevoren kan maken en belangrijker ook: geen diploma dat laat zien dat je het echt kan. Het is echter wel de belangrijkste titel die je in je leven gaat krijgen. Die titel is: moeder.

Het besef dat binnen ongeveer een half jaar iemand totaal afhankelijk van je is komt in als een bom. Voor dat kleine hummeltje ben je alles. Die titel omvat zoveel taken. Een moeder is: arts, psycholoog, interieurverzorgster, chef, kleuterleidster, juf, chauffeur, monteur etc. etc. De mogelijkheden zijn eindeloos. De verantwoordelijkheden ook! Twijfels gaan zich vormen. Kan ik dit wel? Er zijn dagen bij dat ik met ongekamde haren en ongewassen kleding boodschappen doe bij de jumbo. Ik kan een hele zondag films en series kijken op de bank. Soms heb ik geen zin om te koken en bak ik gewoon een ei voor het avondeten. Dat gaat mij geen moeder-van-het-jaar award opleveren. Sterker nog: dat kan toch niet!!!

Hoe is het mogelijk dat het enige wat je hoeft te doen is, om een kind te krijgen, een avondje lol en 9 maanden meedragen in je lichaam. Ik bedoel, begrijp me niet verkeerd, zwanger ZIJN is topsport! Dat weet ik nu. Maar wat bereid je voor op de jaren daarna? De zwangerschaps cursus werkt alleen toe naar het moment voor en net na de geboorte. HOE moet ik nou leren wat daarna komt? Hoe weet ik dat ik dat kan? Waar kan ik een mama-examen afleggen?

Iedereen zegt: dat komt vanzelf. Maar dierenarts wordt je ook niet zomaar! Of chef, of monteur. Daar moet je op oefenen, oefenen, oefenen. Nou heb ik daar geen problemen mee. Waar ik meer mee zit: als je als chef een misbaksel maakt, tief je die in de prullenbak. Maak je als mama een fout…….snap je mijn dilemma? Voor iemand als ik, die altijd gestudeerd heeft (en nog bezig is met thuisstudies) en diploma’s krijgen leuk vind. Is dit echt een grote bron van zorgen.

Ik denk terug aan mijn eigen jeugd. Aan mijn eigen mamaatje. Ze was er altijd voor ons. ’s Ochtends wist ze dat ze me met rust moest laten, want ik was (en ben nog steeds) geen ochtendpersoon.  Tussen de  middag smeerde ze mijn boterhammetjes en luisterde naar hoe mijn dag was. Het huis was altijd schoon en er was altijd een luisterend oor. Wij hadden niet veel vroeger, maar er ontbrak mij aan niks. Ik had geen nieuwe nikes of merk spijkerbroeken. Maar dat had ik ook niet nodig. Ik had mijn eigen hamster en een hele zooi kleur en leesboeken. Mijn mamaatje was (en is) een supervrouw. Op de ene of andere manier wist ze altijd mijn dag goed te maken. Ze wist wat ik lekker vond. En wat ik leuk vond. En ze was er. Altijd. En dat is nog steeds zo. En dat alles zonder diploma. Alleen een mok met de tekst: beste moeder ter wereld.  Ik besef nu dat ik het beste voorbeeld heb wat iemand maar kan hebben. Met dit voorbeeld, dit prachtige mens, wordt deze taak wat minder eng.

Over ongeveer 9 maanden krijg ik een nieuwe titel. Ik heb er niet voor gestudeerd. Ik heb geen examen afgelegd. Ik heb geen diploma. Er komt een nieuw mensje op de wereld en dat gaat mij mama noemen. Dit idee is angstaanjagend. En tegelijkertijd ook het mooiste gevoel dat er is!

 

VoedingsBH’s

Dus…voedingsbh’s. Whats up with that?

Ik bedoel, laten we eerlijk zijn, als je zwanger bent voel je je toch al niet erg sexy. Je lichaam doet pijn. Hormonen laten je boos, verdrietig, angstig en onzeker voelen. Tegelijkertijd! Je voelt je opgeblazen, moe en alsof je de controle over je lichaam kwijt bent. En op dat punt. Op dat exacte punt, besluit je te gaan kijken voor voedingsbh’s….

Mijn eerste ervaring met “positiekleding” was heel positief. Mijn broeken pasten nog wel, maar begonnen wel al aardig te knellen. Niet echt comfortabel dus dan maar op zoek naar andere broeken. Je wil ook niet elke 2 maanden een nieuwe garderobe aanschaffen dus dan ga je op zoek naar positiebroeken. F.Y.I: positiebroeken zijn AWESOME! Zo comfortabel. Het zou sociaal geaccepteerd moeten worden om deze broeken gewoon altijd te dragen. Dus heb er gelijk 2 gekocht. 2 maten kleiner als mijn reguliere maat (want deze pasten perfect, mét voldoende “groeiruimte”) en met dikke korting. Best-buy-ever!

En dan komt het moment dat je reguliere bh’s gaan knellen. Dus de eerstvolgende (logische) stap is dan: voedingsbh’s gaan bekijken. Je hebt ze uiteindelijk toch nodig dus ja, hoe erg kan dat zijn? Crisis…wat kan een mens zich vergissen…

Als allereerst: waarom dragen wij vrouwen bh’s? afgezien van de support dan. Mijns inziens toch ook een beetje om ons mooi te voelen? Niet voor anderen maar gewoon voor onszelf. Je voelt je op en top vrouw als je een mooie bh aanhebt. Afgezien van de dagen dat ik in mijn sweatpants en uitgelubberde tshirt, met ongekamd haar en dikke wollen sokken op de bank hang natuurlijk. Die dagen kan me dat gestolen worden. Maar over het algemeen kiezen wij onze modelletjes op onze smaak. Wat vinden wij mooi, wat zit lekker, en niet onbelangrijk: wat staat ons mooi?

Dan loop je dus zo’n winkel binnen. Overals kleurrijke stofjes, leuke modelletjes, lintjes, kettinkjes, kantjes, hutsels en frutsels. Je vraagt de mevrouw achter de toonbank of ze ook voedingsbh’s verkopen. Jazeker, zegt ze met een enorme glimlach. Kunt u me laten zien waar ik die vinden kan? Maar natuurlijk, zegt ze met een glimlach die al wat minder groot is geworden. Loopt u maar even mee… Dat wordt je vervolgens meegenomen naar het uiterste hoekje van de winkel. Het verdomhoekje der lingeriewinkels! Het rek waar ze naar wijs laat alleen maar witte stof zien. Enorm veel witte stof. Ik pak de bovenste bh en denk, mwa dat valt nog wel mee. Saai maar ok. De verkoopster komt met ietwat gebogen houding bij me staan. Ehm…mevrouw…de voedingsbh’s hangen daar. Ze wijst naar beneden. En dan zie ik het. Ik kijk de verkoopster aan met een glimlach. Ha-ha, grappig! Ze kijkt meelijwekkend terug. U maakt geen grapje? Haar blik blijft hetzelfde. Maar ik ben pas 33 jaar oud. Dit kan niet hetgene zijn wat ik zoek. Vol enthousiasme probeert ze het beter te maken. We hebben dit model wel in 2 kleuren! Wit én zwart! Ik kan mezelf nog net inhouden voor ik hardop ga lachen.

Weet je nog vroeger, dat je bij je oma op bezoek ging. Hartje zomer. De was was gedaan en hing buiten op de lijn. Als kind was je gefascineerd door de enorme lappen witte stof die daarop hingen. Het besef kwam later dat dat oma’s onderbroeken bleken te zijn. Dat gevoel. Houd dat vast. Voeg daar de lelijkste stukken kant aan toe die de mensheid ooit gekend heeft. Kruis dat met het idee van een kogelvrij vest wat door midden geknipt is. Dan heb je ongeveer voor ogen wat ik daar zag in die winkel.  Om daar dan verder op in te gaan: in die bh is dus ook een soort van : “tuigje” verwerkt. Want het is niet voor niets een voedingsbh. Je kunt dus de cup soort van openklappen om je kleine te voeden, zonder de bh uit te doen. Ingenieus idee, maar weird as fuck als je zon ding aanhebt. Een soort van 50 shades of awkward.

Eerlijk is eerlijk, het stofje was heerlijk zacht. Maar man man man, het model zelf was op zn zachts gezegd antiek. Functionaliteit is blijkbaar niet verenigbaar met (mijn) stijl. Of eigenlijk, wat voor een stijl dan ook. Ik ben nog even naar een andere lingeriezaak geweest. Deze hadden een ander model. Gewoon geheel effen, en bij gods gratie voorgevormd. Ik heb ze niet gepast omdat deze nogal boven mijn budget lagen. Maar als dit de voorbode is voor de rest van de zwangerschap, dan weet ik in ieder geval zeker dat ik voldoende om over te schrijven heb. Dat dan wel weer…

 

 

In the beginning…

Een tijdje geleden vroeg een vriendin mij of ik een stukje wou schrijven voor haar blog (christaschrijft) het onderwerp: mijn eerste 3 maanden van de zwangerschap. Ik vond het leuk dat ze het vroeg. Ik het vroeger veel blogs geschreven. Maar dat was alweer 100 jaar geleden dus ik vroeg me af of ik het nog wel kon. Ik begon eraan en verbaasde me over het feit hoe makkelijk de woorden uit me vloeiden. Binnen 30 min was ik klaar en had ik de smaak te pakken.  Het is een geweldige uitlaatklep en ik besloot gelijk dat dit niet de laatste keer was. Bij deze de eerste, de rest volgt vanzelf!

Wanneer wist ik dat ik moeder zou worden? Nou…ik geloof dat ik een jaar of 14 was.

Ik droomde van een baby. Klein, kwetsbaar en onbeschrijfelijk mooi. Een jongetje. En ik was zijn moeder. Waarom een jongetje? Geen idee. Maar die droom is me altijd bijgebleven. Die kinderwens is ook nooit weggegaan. Ik zag mezelf voor me 30e moeder worden. Een gezinnetje met 1 of 2 kinderen, een lieve man en natuurlijk een hond! Heel idyllisch allemaal maar natuurlijk had het leven heel andere plannen met mij…

Op mijn 29e stond ik op een kruispunt in mijn leven. Ik had zwaar overgewicht (de medische term is morbide obesitas) en was ongelukkig over hoe mijn leven op dat moment was. Hoe was het zover gekomen? Het mooie ideaal van huisje, boompje, beestje leek totaal niet meer in beeld, sterker nog: onmogelijk. Het was het moment dat ik voor het eerst in mijn leven rigoureus voor mezelf koos. Ik onderging een gastric bypass, verbrak mijn toenmalige relatie en verhuisde terug naar “huis”. Ik richtte me volledig op mezelf en in een jaar tijd viel ik bijna 80 kilo af en kreeg meer en meer zelfrespect.  Ik leerde dat ik meer kon dan ik dacht. Dat mijn meningen ook gehoord mochten worden. Dat het leven best leuk kon zijn. Ik was single en on top of the world. Maar dat kriebelende gevoel bleef altijd aanwezig. Dat gevoel van “ik-mis-iets. Het gevoel van onzelfzuchtig geven, en krijgen. Ik miste “mijn” gezinnetje.

Ik leerde al snel mijn man kennen. Dat was in 2013. In 2014 trouwden we en in begin 2016 verhuisden we eindelijk van ons 1-kamer appartementje naar een mooi rijtjeshuis met 3 slaapkamers. Niks stond ons meer in de weg. We hadden de ruimte, de tijd en vooral: wij wilden een gezinnetje. Nu waren we hier niet 24/7 mee bezig hoor. We hadden het druk genoeg met andere dingen. In juni van dit jaar werd er bij mij ziekte van Pfeiffer geconstateerd. Ik heb lange tijd niets kunnen doen omdat ik enorm moe was. Uiteindelijk ben ik weer gaan werken. Part-time, en dan gelijdelijk opbouwen. In augustus heerste er buikgriep op het werk dus toen ik ook ziek werd stond ik daar verder niet bij stil. Enorm misselijk, buikpijn, pijnlijk lijf. Pas na een aantal dagen ging er iets dagen bij mij. Dit zouden ook andere “klachten” kunnen zijn. Zou het dan toch… op maandag 29 augustus deed ik de test. De meest zenuwslopende minuten van mn leven. Toen die “zwanger” oplichtte heb ik zo hard gehuild! Het was eindelijk zover, dat moment waar ik al zo lang over gedroomd had ging eindelijk van start!

Die roze wolk heeft helaas niet lang bij mij geduurt. Door de enorme misselijkheid kon ik helemaal niks. Ik heb een week in bed gelegen. Viel anderhalve kilo af omdat ik niets kon eten of drinken. De geur van eten deed me draaien. Omdat ik niet (of niet makkelijk) kan overgeven door mijn bypass, bleef die misselijkheid ook enorm hangen. Ik was de wanhoop nabij. Ik wou genieten van mijn zwangerschap. Ik wou het van de daken schreeuwen. Ik wou gewoon elke seconde van dat wondertje dat in mij groeide opnemen. Maar kon alleen maar bezig zijn met hoe ik met het best van A naar B kon zonder onderuit te gaan. Na een bezoek aan de huisarts kreeg ik gelukkig pillen tegen de misselijkheid. Deze onderdrukte de klachten waardoor ik gelukkig weer aan de slag kon. Eerstvolgende tegenslag was dat ik een urineweginfectie kreeg. Geen probleem volgens de dokter. Doen we gewoon een kuurtje antibiotica. Wat ze er niet bij vertelde is dat daardoor de pillen tegen de misselijkheid niet meer werkten. Wéér kon ik niks anders als op de bank liggen. Wéér was er geen ruimte om te genieten van mijn zwangerschap.

Het huishouden verslofte, en irritatie voerde de boventoon in de relatie. Ik voelde me niet begrepen. Dacht dat mensen alleen konden zien dat ik op de bank lag (en dus lui was) de muren kwamen op me af. Ik wilde niet thuiszitten. Ik wilde gewoon werken. Normaal boodschappen kunnen doen, het huishouden en lekker sporten. Niets van dat alles was me gegund. Ik werd heel verdrietig daardoor. Huilde veel, piekerde veel. Gelukkig kon ik mijn zorgen kwijt bij goede vriendinnen. Begrijp me niet verkeerd: mijn man was (en is) er ook voor me. Maar sommige dingen begrijpen vrouwen  gewoon beter. En vrouwen die al moeder zijn, zijn een enorme bron van inspiratie en informatie.

Ik kwakkelde dus maar verder door. Een week na de antibiotica ging het beter. Ik werd vrolijker en ging shoppen voor positiebroeken. Ik stond die ochtend wel al op met rugpijn maar dacht: dat gaat wel weer over. Na een dagje slenteren kwam ik thuis. Ging even zitten en kon vervolgens niet meer overeind komen. De volledige rechterkant van mijn  onderrug tot onder mijn  billen leek wel in de fik te staan. Lopen ging niet en naar het toilet gaan was een lijdensweg. Zondag de verloskundige gebeld. Ik mocht paracetamol en moest toch maar naar de dokter maandag. Ik was zelf bang voor een nierbekkenontsteking  (wat weer een AB kuur van 10 dagen zou beteken) dus keek niet echt uit naar dit bezoekje. Uiteindelijke bleek het een probleem in mijn spieren te zijn. Door de kanteling van mijn bekken ivm de zwangerschap waren mijn spieren overbelast. Volgens haar was het te vergelijken met bandenpijn. Daar heb ik geen ervaring mee maar wel met spit in mijn rug. En daar kwam het aardig bij in de buurt! Advies was, blijven bewegen (met mate) en fysiotherapie. Verwachte revalidatieperiode: 6 weken…

Dat alles was voldoende om mij enorm “down” te laten voelen. Dat gevoel dat je krijgt alsof je niks goed kan doen. Dat heb ik nu al 2 maanden. Het lijkt wel of het me gewoon niet gegund is. Alsof alles misgaat. Elke keer als er iets goed gaat, ga ik er maar vanuit dat er iets misgaat. De echo van afgelopen week was goed. Onze kleine groeit goed, danst flink en heeft zelfs al even gezwaaid. Heel goed nieuws dus. Vandaag stond daar tegenover dat ik te horen kreeg dat de gynaecoloog toch een medische indicatie afgegeven heeft. Wat betekend dat ik niet thuis mag bevallen. En als ik ergens een hekel aan heb zijn het ziekenhuizen. Ik WEET dat dit het meest veilig is voor de kleine, en ik ga er ook niet tegenin. Het maakt me echter wel verdrietig. En van dat gevoel wil ik nu eindelijk wel eens af.

12 weken en 2 dagen. En ik heb het idee dat ik alleen maar loop te zeuren. Alles gaat fout. Ik mag Niet thuis bevallen, ik heb pijn. De misselijkheid komt weer terug….dan denk ik bij mezelf: er zijn vrouwen die jarenlang moeten vechten om zwanger te worden. Sommige zullen zelfs nooit kinderen krijgen! Dat dat vreselijk is, is geeneens een discussie over nodig. Maar ben ik heel egoistich als ik mezelf afvraag of mijn klachten op dit moment niet minder vreselijk zijn? Voor mij welteverstaan.

Jezelf down voelen tijdens je zwangerschap gun ik niemand. Het is niet iets wat vanzelf weggaat, en dat zal ook niet op magische wijze gelijk gebeuren. Ik probeer me te focussen op de toekomst. Plan leuke dingen en “keep my eyes on the prize”. Want uiteindelijk, als die 9 maanden voorbij zijn, en ik onze kleine munshkin vast kan houden, weet ik uiteindelijk waar ik het allemaal voor doorstaan heb!